fbpx

Je kunt heel veel redenen verzinnen waarom je geen boek kan schrijven. Ik ga een aantal van die redenen hier uitwerken. Misschien herken je je in een van die redenen? Lees dan de tips die erbij staan om toch je boek te schrijven.

Eigenlijk zijn het geen redenen, maar smoesjes om niet te schrijven. Bedenk zelf eens: wat houdt je eigenlijk echt tegen?

1. Ik moet voor de kinderen zorgen

Ja, kinderen zijn handenbindertjes, zeker jonge kinderen. Maar het zijn lieve en schattige handenbindertjes. Soms. Vooral als ze slapen. Want kinderen gaan ook naar bed en dan kun jij een uurtje schrijven voor je op de bank ploft en er niet meer af komt. Zeker als je het goed gepland hebt, kun je een flink aantal woorden schrijven.

2. Ik kan niet schrijven

Die hoor ik vaker. In het begin is schrijven best lastig. Je let op ieder woord, op iedere zin en iedere alinea. En aan het eind van de oefening gooi je alles weg want het slaat nergens op of het is niet goed genoeg. Misschien begin je er zelfs niet eens aan.

Schrijven kun je oefenen, trainen. Denk maar eens aan hardlopen. In het begin was je misschien na een kilometer al uitgeput, maar je bleef doorgaan en nu loop je misschien een halve marathon of een hele! Dat is met schrijven net zo: als je dagelijks een beetje schrijft, dan word je er steeds beter in. Je moet alleen wel volhouden.

Als je mijn eerste blog vergelijkt met de blogs en verhalen die ik nu schrijf, dan is dat een wereld van verschil. En voordat er zoiets als internet bestond, schreef ik al opstellen. Dat vond ik het allerleukste op school: opstellen schrijven. Als ik het me goed herinner, heb ik tijdens mijn eindexamen ook een verhaal geschreven voor Nederlands, in plaats van een beschouwing of betoog. Dat werd echter niet zo goed gewaardeerd. Toen.

3. Ik heb geen tijd om te schrijven

Een dag heeft ongeveer vierentwintig uur. Ik zeg ongeveer, want eigenlijk is het 23 uur, 56 minuten en 4 seconden. Van die vierentwintig uur slaap je er ongeveer acht. Dan heb je nog zestien uur over. Laten we zeggen dat je acht uur per dag werkt, een uur reistijd van huis naar werk en van werk naar huis hebt en dan misschien nog anderhalf uur sporten, ontbijten, douchen en avondeten. Dan heb je nog vier uur over om iets te doen waar je zelf zin in hebt. Schrijven aan je boek bijvoorbeeld.

Je kunt ook een boekje bij je stoppen om daarin dingen op te schrijven als je ineens iets bedenkt of een mooie zin hoort. Misschien wacht je op de tram of de bus: dan kun je schrijven in je boekje of op je telefoon als je dat makkelijker vindt. En als je niet wagenziek wordt, zoals ik in de bus, dan kun je misschien zelfs in de bus of tram verder schrijven.

Ook als je bij de dokter of tandarts in de wachtkamer zit, dan kun je schrijven. Zo kun je op al die verloren momentjes toch veel gaan schrijven en hoef je er niet eens een uurtje voor in te plannen in je agenda.

Het gaat om de planning

In eerste instantie natuurlijk de planning in je agenda. Plan voor jezelf een uurtje per dag om te schrijven. Sluit jezelf op in een kamertje en zeg tegen je gezin dat je even een uurtje aan je boek wil werken en dat ze je niet mogen storen. Daarna ga je wel een spelletje spelen of andere leuke dingen met ze doen.

Dan zit je met de planning van je boek zelf. Hoe zet je de structuur op? Hoe ga je aan de slag met personages, spanning, verhaalwereld… Allemaal vragen die je ook kunt inplannen.

Wil je daar begeleiding bij? Dan kun je bijvoorbeeld deze cursus doen: Voorbereiden op #nanowrimo. Normaal doe ik die in oktober live, maar je kunt hem ook nu zelf doen. Meer informatie vind je onder de link.

Heb jij wel eens nagedacht over het schrijven van een boek? Wat hield je tegen? Ik lees het graag in de reacties!

Pin It on Pinterest