fbpx

Peter vraagt naar aanleiding van zijn #50books of er beginzinnen zijn die we nog kennen. Eigenlijk is zijn vraag uitgebreider. Vraag 40: hoe belangrijk is de eerste zin van een boek en welke goede voorbeelden ken je?

Mijn vrouw is dood en al begraven. Ik ben alleen in huis, alleen met de twee meiden.

Of:

Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht nº 37.

De tweede lijkt mij er een die meer mensen zullen weten, maar de eerste is er een die misschien niet iedereen weet. Als je voor de tweede zin Max Havelaar had gezegd of Multatuli of Batavus Droogstoppel, mag je jezelf een punt geven en ga je door voor de koelkast. Zoals ik al zei, lijkt me dat de eerste zin meer vraagtekens zal oproepen. Daar is het antwoord: Marcellus Emants’ Een nagelaten bekentenis. Die zit in mijn hoofd. En die komt er nooit meer uit. Die zin heeft zo’n enorme troosteloze verlatenheid in zich, dat hij kippenvel bij me oproept. En verdriet. Ik weet niet eens meer hoe de rest van het verhaal verloopt en of de ‘ik-persoon’ zijn vrouw nu heeft vermoord of niet. Ik weet niet eens meer hoe het die twee arme meisjes vergaat. Ik ken alleen deze beginzin nog.

De openingszin van Multatuli laat ook een hoop doorschemeren. Met name over de spreker. Mij is altijd geleerd dat je een zin, en zeker niet je eerste zin, nooit met ‘ik’ mag beginnen. Dat deze ‘ik’ dat wel doet, geeft te denken. Hij vindt zichzelf heel belangrijk. Dat blijkt ook wel. De spreker is Batavus Droogstoppel, een humorloze man vol vooroordelen en pretenties, met name over Sjaalman.

Een goede openingszin is wat mij betreft zeer belangrijk

Hij geeft de toon van het verhaal, hij pakt je bij je lurven én grijpt je bij je kladden. Bij Emants zie je dat de beginzin de enorm beklemmende sfeer in de roman aangeeft, want dat gevoel is me wel bijgebleven. En, ik kon gewoon niet stoppen met lezen. Ook dat weet ik nog.

Met Max Havelaar heb ik wat meer moeite gehad, om die te lezen. Maar uiteindelijk heb ik hem gelezen voor een werkgroep op de universiteit. Later is daar nog een boekje over gepubliceerd. Maar ook deze beginzin laat niet met zich spotten: wat maakt het ons uit waar deze man woont en wat hij doet? Het hele eerste hoofdstuk gaat zelfs over het werk van deze Droogstoppel. De zin laat zien wat voor man dit is en hoe hij reageert op Sjaalman en zijn werk. De toon is gezet.

Het einde kan een boek maken of breken

Een einde dat mij altijd is bijgebleven, komt uit het boek Langs lijnen van geleidelijkheid van Couperus.

Fen toen hij binnenkwam en haar naderde, sloten haar armen zich om hem heen met een gebaar van diep in zich bewuste zekerheid en wist zij, twijfelloos, aan zijn borst, in zijn armen, de wetenschap zijner manmachtige overheersing, terwijl voor haar oogen in een duizeling en weemoed van zwart de froom van haar leven – Rome, Duco, het atelier – verzonk…

Behalve dat dit een vreselijk lange eindzin is, vereist deze ook wat achtergrond informatie. Langs lijnen… gaat over een vrouw, eind negentiende eeuw, die getrouwd is met een man die ze niet zo leuk vindt. Ze scheidt van hem, wat in die tijd ongehoord is, en vertrekt naar Rome om de schande van de scheiding een beetje te laten bezinken bij de rest van het Haagse milieu.

[spoileralert]

Aan het einde van het boek komt ze haar ex-man weer tegen. Uiteindelijk wordt ze zijn maitresse, want opnieuw trouwen kan om de een of andere reden niet meer. Zij kiest uiteindelijk voor deze positie omdat hij haar ontmaagd heeft. Dat heeft voor haar zoveel betekenis dat ze voor deze constructie kiest. Ze zegt letterlijk aan het einde: […] haar vleesch trilde hem tegemoet.

[einde spoileralert]

Zoals gezegd: een eindzin kan het boek maken of breken. De eindzin dient wat mij betreft net zo interessant te zijn als de openingszin, anders gaat het boek voor mij als een nachtkaars uit. Dat deed het einde van Langs lijnen… voor mij. Een nachtkaars.

Moet een blog ook een goede eindzin hebben? Ja natuurlijk. Maar ik kan er even geen verzinnen.

Pin It on Pinterest