fbpx
Dit is deel 28 van 37 in de serie WOT 2019

Aanspraak ~ 1) Claim 2) Eis 3) Gelegenheid om met iemand te praten 4) Pretentie 5) Recht 6) Recht om te eisen 7) Recht om te vorderen 8) Rechtsgrond 9) Rechtstitel 10) Toespraak 11) Vordering

Sinds ik op / met krukken loop, heb ik steeds aanspraak. Wildvreemde mensen die precies willen weten wat er aan de hand is met mij, dat ik op krukken loop. Sorry, met krukken loop. Liesbeth en ik hadden een gesprek je over het gebruik van op of met krukken op twitter, dat ik helaas niet meer kan terugvinden.

Ik deel twee van die gesprekjes met jullie gewoon voor de leuk.

“O, ik moest eigenlijk glas in de glasbak doen, maar ik fiets er gewoon voorbij!” Een oudere man spreekt me aan terwijl ik op/met mijn krukken naar huis loop vanaf de bushalte. Ik sta stil en kijk hem aan. “Ja, dat is een stukkie terug,” zeg ik hem.
“Ja, soms moet ik echt tegen mezelf zeggen: ‘Jan, je moet wel blijven denken hè!’ maar dat gaat niet meer zo heel snel. Mag ik vragen wat er met u aan de hand is?”
Ik leg uit wat er met mijn knie is gebeurd en Jan vraagt wat er nu gaat gebeuren en ook dat leg ik uit.
Er volgt een gesprek over zijn vrouw die al overleden is, dat hij zelf al 87 is maar nog steeds zijn buurvrouw helpt. “Maar weet u,” zegt Jan, “ze is niet meer helemaal goed in d’r bovenkamer.”
“O”
“Ja, dan heb ik heel de buitenboel bij d’r gedaan en dan scheldt ze me uit.”
“Dat is niet heel aardig van haar,” zeg ik meelevend.
“Nee, ik moet me gewoon een jonge blom van 84 vinden, dan kan ik zeggen dat ik haar niet meer mag helpen van mijn vrouw. Ja, niet te jong hoor, want dan worden de andere vrouwtjes jaloers.”
“Nee, dat moeten we niet hebben,” zeg ik lachend. Ik kijk op mijn horloge en zeg dat ik moet gaan. Met een brede glimlach loop ik verder naar mijn huis. Even later hoor ik in de verte het glas rinkelen.

Aanspraak nummer 2

Nadat ik bij de tandarts ben geweest, zit ik bij de bushalte in de Dorpsstraat. Ik ben rustig naar de halte gehobbeld omdat ik een stukje wilde hobbelen. Het mag geen lopen heten wat ik op dit moment doe. Daar aangekomen, check ik hoe laat de bus komt – tien over twaalf – en plof ik op het bankje van de halte. Ik ben ruim op tijd en kan mijn been nog even laten rusten.

Niet veel later komt er een wat oudere dame naast me zitten. “Hij moet zo komen,” zegt ze. Ik knik. Ze tikt me zachtjes op mijn rechterbeen en zegt: “Het lijkt me zo vervelend om zo gehandicapt te zijn.” Ik knik weer en zeg: “Gelukkig is het maar van tijdelijke aard.”

Er ontspint zich een gesprek over wat er met mijn knie aan de hand is en hoe vervelend het is dat ik op openbaar vervoer ben aangewezen en dat ik normaal zo graag auto rijd.
“Ja, ik mis het nog dagelijks,” verzucht de dame.
“Had u een rijbewijs?”
“Ja, maar ik ben al negentig, dus ik heb hem vrijwillig ingeleverd. Ze rijden tegenwoordig zo agressief. Maar gelukkig is het openbaar vervoer hier heel stipt en ze zijn altijd zo vriendelijk, die buschauffeurs.”
Ik knik. Ik wilde niet toegeven dat ik mezelf daar ook wel eens schuldig aan maak, dat agressieve rijden.
Mevrouw kijkt voor zich uit: “Nou, waar blijft die bus nou? Hij had er allang moeten zijn.”

De bus sloeg over. Die van tien over twaalf kwam niet. We spreken over hoe mooi het Wilhelminapark tegenover ons is, hoe fijn ze woont in dezelfde wijk als ik en hoe mevrouw van de Meimaand houdt.
“Meiregen Meiregen maak dat ik groter groei,” zingzeg ik.
“Ja, dat is ‘m!”

Om tien over half een komt dan eindelijk de bus. We stappen in. Als ik bij de halte kom, stap ik uit. “Succes en sterkte he,” zegt de dame terwijl ik uitcheck.
“Dank u wel, mevrouw, fijne dag nog.”

Aangeschoten wild!

Soms voel ik me een beetje aangeschoten wild. Wildvreemden spreken me aan, mensen die om een praatje verlegen zitten. Op straat, in de trein, in de bus. Op de sportschool – waar ik alleen mijn bovenlijf train om toch enigszins fit de operatie in te gaan dinsdag. Ik heb overal aanspraak. Soms vind ik dat ook wel leuk hoor.

Komen mensen ook naar je toe om een praatje te maken? Of laten ze je met rust? Hoe zorg je ervoor dat ze je met rust laten en kan ik dat ook leren als ik er een keer geen zin in heb? Ik hoor graag jouw tactieken om je af te sluiten. Ben jij zelf iemand die behoefte heeft aan aanspraak?

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over mee kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment dat je wil instappen. Oorspronkelijk begon Karin Ramaker met de WOT. Na wat omzwervingen via Irene en Hendrik-Jan, kwam de WOT uiteindelijk bij mij terecht. Ik schrijf de WOT nu sinds 2014. Hier vind je alle WOT’s vanaf 2014.

Serienavigatie<< Zwaaien ~ #WOT deel 27Vrolijk ~ WOT deel 29 >>

Pin It on Pinterest