fbpx

Vanochtend ging de bel. Ik dacht: “Jeej, post!” dus ik doe de deur open van de portiek beneden. Ongeduldig wacht ik op de postbode die naar boven komt lopen. Er komt geen postbode, maar twee mensen. De dame heeft de Wachttoren in haar hand. God aan de deur.

God, Zeus

Thetis pleit voor Achilleus bij Zeus, 1811

Maar beleefd als ik ben opgevoed, laat ik de dame op adem komen en haar komst uitleggen. Ik vertel haar dat ik geen interesse heb, maar verzuim om daarna direct de deur dicht te doen. De dame grijpt haar kans en vraagt mij of ik gelovig ben. Naar waarheid antwoord ik dat ik dat niet ben. Ze vraagt of ik de Bijbel ken. Ja, antwoord ik. Die heb ik voor mijn studie Nederlands moeten lezen. Want waarom zou je liegen tegen iemand?

De vrouw heeft beet. Ze haakt in op mijn Bijbelkennis en klauwt zich vast. “Stelt u zich eens voor dat God zou bestaan,” zegt ze, “zou Hij deze ellende op de wereld dan toelaten?” Ik heb eerlijk gezegd geen zin in deze discussie dus ik antwoord ontwijkend dat God voor mij niet bestaat, met alle respect, en dat ik meer van de oerknal en de aminozuren ben die zich per ongeluk of bij toeval met elkaar hebben gemengd en dat daaruit de eerste eencelligen zijn ontstaan.

Shit, ook dat had ik niet moeten zeggen want de vrouw pakt mij op het woord toeval. “Is het dan toeval of intelligentie die achter het mengen van de aminozuren zit?” vraagt ze mij. Ik zeg dat ik daar geen idee van heb. “Misschien is dat iets om over na te denken,” zegt ze. De man komt er amper aan te pas in dit gesprek. Ik vermoed dat zij thuis ook de spreekwoordelijke broek aan heeft.

“Ja,” zeg ik enigszins sarcastisch, “dat zijn leuke existentialistische vragen voor een zaterdag, daar ga ik eens fijn over nadenken.” Maar voor ik de deur dicht kan doen, mengt de man zich in het gesprek. Dus toch iets te vertellen…

“U heeft toch wel een mening over de toestand in de wereld? Zoals die is nu?” Ik heb daar zeker een mening over, maar ik laat me dit keer niet verleiden om te antwoorden. Dus ik zeg alleen maar dat ik daar een mening over heb. En hij vraagt verder: “Denkt u niet dat we een doel in dit leven hebben?” Ik zwijg. De vrouw valt haar man bij: “Ja sommige mensen worden 70, 80 jaar oud en sommigen halen dat niet eens. Zou er niet een reden zijn waarom we in dit leven zijn?”

Ik wilde de deur dichtgooien, dit raakte me te veel. Mijn vader werd slechts 62 en voor mijn gevoel was zijn leven nog niet af. Maar ik wilde niet laten merken dat ze me raakten, dus ik hield heldhaftig stand.

We praatten verder over de Bijbel. Ik noemde de onbevlekte ontvangenis en de wonderen die Jezus had verricht dogma’s van het geloof. De vrouw antwoordde dat de onbevlekte ontvangenis niet in de Bijbel stond en dat de hele Maria-verering van de katholieken Jezus tot een ondergeschoven kindje maakte. Als ik tien katholieken zou vragen wat de boodschap van Jezus was geweest, dan wisten zeker 9 van de 10 katholieken niet dat zijn boodschap het Koninkrijk van God was. Ze kunnen het Onze Vader opzeggen, maar hebben geen idee. Ze werd bijna boos. De man viel haar bij en vertelde dat heel veel dingen in de wereld voorzegd waren in de Bijbel. Dat Rome als wereldmacht voorzegd was, evenals de Anglo-Amerikaanse macht. Dat zelfs de vijanden van Jezus vertelden dat ze Hem wonderen hadden zien verrichten. Dat was dus allemaal waar gebeurd.

Ik vond dit een vreemde conclusie. Het volgde niet logisch uit de feiten.

De man sprak verder: “Soms merken we dat we mensen raken met ons verhaal. Dan komen we terug om verder te praten.” Het klonk bijna als een dreigement. Bijna. Dus ik antwoordde dat ik daar geen behoefte aan had en teveel met mijn eigen dingen bezig was. “Wellicht kunt u toch op termijn misschien meer aandacht besteden aan de goede boodschap.”

“Mag ik u dit blaadje geven, achterop staat een verhaal over toeval of intelligentie.” De vrouw weer. Ik bedankte. Ze zei dat ik dan misschien de website kon bekijken, daar stond ook dat verhaal. Voor deze keer loog ik: “Ik zal hem onthouden en een keer kijken.”

De man antwoordde dat hij hoopte dat ik een fijne zaterdag had en kon nadenken over toeval en intelligentie. Ik antwoordde: “Misschien, ooit op termijn, in een ander leven.” Ik sloot de deur. Twintig minuten later. Mijn koffie was koud: toeval?

geen smoesjes meer, inspiratie vind je overal, teksten openen

Schrijf je in voor de wekelijkse inspiratiemail

Iedere week krijg je een mail met een schrijfopdracht die je inspiratie geeft om een kort verhaal te schrijven. Dit kun je dan publiceren op je blog, of lekker voor jezelf houden. Af en toe zal ik ook informatie sturen over schrijfcursussen en andere tekstgerelateerde zaken.

Je bent succesvol ingeschreven!

Copied!