fbpx

Als in slow motion zag ik haar vallen. Voorover, plat op haar gezicht. Zonder na te denken slinger ik de auto aan de kant, trek de sleutel uit het contact, zet mijn alarmlichten aan en loop of ren naar de vrouw toe. Er zijn al twee mannen bij, de een belt met 112, de ander ontfermt zich over de echtgenoot van de gevallen vrouw.

Ik leg mijn hand onder het hoofd van de vrouw en zeg haar dat ze haar hoofd op mijn hand mag steunen. “Hoe oud bent u?” vraagt de bellende man. De vrouw antwoordt: “86.” Dat is een hele leeftijd. Ik praat met haar. “Mijn man is dementerend.” Ik had zoiets verwacht, getuige het kwijl op zijn kin. “Is hij er nog?” Een andere vrouw heeft zich over hem ontfermd. Ik zeg: “Er is een jongedame bij uw man. Bent u al lang getrouwd?” “Al 60 jaar, maar we zijn nu gescheiden.” Ik trek een wenkbrauw op. De vrouw ziet het en zegt: “Hij woont in een verzorgingshuis.” Gelukkig. Ze heeft nog gevoel voor humor.

Ondertussen staan er steeds meer mensen rondom ons. De zakdoek die de vrouw tegen haar bloedende neus houdt, zit vol met het rode vocht. Een vrouw vraagt of ze wat kan doen. Ik vraag om een zakdoek. Die komt onmiddellijk, evenals de sjaal waar ik om vraag om het hoofd van de mevrouw op neer te leggen.

“O lieve mensen toch, dan wordt sjaal vies. Ik heb geen pijn, ik kan wel opstaan.”
“Nou mevrouw, dat vinden wij niet goed, want u heeft een bloedneus en misschien is er wel iets gebroken.” Er komen ook dekentjes over de vrouw, omdat ze op de natte koude grond ligt. De sjaal wordt inmiddels vervangen door een kussentje. Ik praat geruststellend met de dame.

In de verte klinkt de sirene van de politie. “Hoort u dat? Daar komt de politie, dan zal de ambulance wel niet ver weg meer zijn.” Er glinstert een traan in de ooghoek van de vrouw. “Wat gebeurt er met mijn man?” Ik stel haar gerust. Zeg haar dat er goed voor hem gezorgd wordt en dat hij met haar mee mag als ze naar het ziekenhuis zou moeten.

Dan gebeurt er ineens van alles tegelijk. Er komt een dokter, die vraagt of ze de mevrouw mag onderzoeken, met enige weerzin laat ik het hoofd van de vrouw los en sta mijn plaats af aan de arts die haar onderzoekt. De politie komt erbij en de arts vertelt de uitslag van haar onderzoek. Ik sta er wat verloren bij, geef de informatie die ik heb aan de dichtstbijzijnde politieagent en dan komt de ambulance. De broeder neemt het over van de arts en zet de vrouw op haar rollator, ditmaal staat het apparaat wel op de rem. Dat was namelijk de oorzaak van haar val.

Nu zie ik het gezicht van de dame pas goed. Het is vuil, op de neusbrug zit een snee en boven haar hoofd glimt al een flinke blauwe plek. De bloedneus is nog altijd niet gestelpt. De echtgenoot van de vrouw is inmiddels in de politieauto gezet, zodat hij kan zitten. De vrouw wordt langzaam naar de ambulance geleid door de broeder. Ik sta te trillen op mijn pootjes en heb flink behoefte aan een potje janken. Het lukt me om de agent op neutrale toon te vragen of hij mij nog nodig heeft. Ik word vriendelijk bedankt voor de hulp en ik loop naar mijn auto, bedenk me en loop achter de mevrouw aan om haar sterkte te wensen. “Je bent een lieverdje,” zegt de vrouw. Ik hoop dat het goed met haar gaat.

Ik wankel naar mijn auto en rijdt weg. In de auto stromen de tranen. Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel en ben zo bleek als een spook en voel me als een vaatdoek. Ik haat de terugslag van adrenaline.

geen smoesjes meer, inspiratie vind je overal, teksten openen

Schrijf je in voor de wekelijkse inspiratiemail

Iedere week krijg je een mail met een schrijfopdracht die je inspiratie geeft om een kort verhaal te schrijven. Dit kun je dan publiceren op je blog, of lekker voor jezelf houden. Af en toe zal ik ook informatie sturen over schrijfcursussen en andere tekstgerelateerde zaken.

Je bent succesvol ingeschreven!