fbpx

“Wie van jullie is het sterkst?” vroeg ik in mijn 4 VWO-klas. In de tijd dat ik nog lesgaf op een school met een dagopening, riep ik een van de sterkste jongens naar voren in het kader van zo’n dagopening. Deze keer ging het over hulp vragen. Ik vroeg hem voor de klas te gaan staan met zijn armen wijd. Ondertussen liep ik rond in de klas en pakte rugtassen van de andere leerlingen om aan zijn armen te hangen.

Na twee rugtassen vroeg ik of er nog meer bij konden. “Ja hoor, makkelijk!” schepte hij op. Dus ik hing er nog twee bij. “Gaat het nog?” vroeg ik. Hij bevestigde, maar ik zag zijn armen al een beetje zakken. Ik hing er nog twee bij. Zijn armen bogen door.
“Kan ik er nog een bijhangen?”
“Nee, dat lukt niet meer.” De jongeman had zweetdruppels op zijn hoofd staan.
“Waarom heb je niet om hulp gevraagd?”
“Ik wist niet dat het mocht.”
“Je mag altijd om hulp vragen,” vertelde ik hem en de rest van de klas. “Zelfs als het je niet is gezegd dat het mag. Dan mag het toch. Behalve tijdens SO’s en proefwerken.” De klas lachte.

Hulp vragen is moeilijk voor mij

Ik houd mezelf voor dat deze klas er iets van heeft geleerd. Iedereen, behalve ik. Want wat vind ik het moeilijk om om hulp te vragen! Al van jongs af aan roep ik overal: “Selluf doen!” Als een klein kind dat zichzelf net leert aankleden. Ik wil het zelf doen. Ik wil niet afhankelijk zijn van mensen. Ik ben toch een badass rockstar? Een stoere single vrouw? Een zelfstandig ondernemer die alles zelf voor elkaar krijgt? Geen hulp nodig heeft?

Waarom ik niet om hulp vraag? Dat is makkelijk: ik wil niemand tot last zijn. Laat mij maar lekker mijn ding doen en het zoveel mogelijk allemaal zelf oplossen. Ik ben volwassen dus ik moet het zelf oplossen. Het niemand tot last willen zijn, komt vanuit mijn jeugd. Ik mocht niet bestaan, dus dan wil je ook niet lastig zijn, niet opvallen en hulp vragen is opvallen.

Afgelopen weekend had ik hulp nodig

En hoe! Met karate was ik een oefening aan het doen en op het moment dat ik mijn rechterbeen neerzet, klapt die dubbel en ik lig op de grond. Ik schijn gegild te hebben van de pijn. Mijn onderbeen schijnt een hele rare hoek gemaakt te hebben met de rest van mijn been. Ik weet het niet meer. Een trainingsmaatje en mijn leraar hielpen me overeind, een tweede trainingsmaatje haalde een handdoek om te koelen en de derde, waarmee ik getraind had, bleef naast me zitten.

En toen moest ik naar huis. Met de auto vanuit Zwijndrecht. Ik verbeet de pijn en reed direct naar de Eerste Hulp. De Eerste Hulp verwees me naar de huisartsenpost en toen ik bij de post kwam, zei de assistente: “Ben je vanuit Zwijndrecht hierheen gereden? Ga dan eerst maar naar huis en neem een pijnstiller. Dan bel je hierheen en dan kunnen we wat dingen uitvragen.”
De tranen stonden in mijn ogen. Omdat ik zelf nog hierheen kon rijden, moest ik naar huis? Ze beoordeelde me op het feit dat ik zelf nog kon rijden. Wat had ik dan moeten doen? Mijn auto in Zwijndrecht laten staan en vragen of iemand mij thuis kon brengen?
Ik strompelde terug naar mijn auto, werd erin geholpen door een vriendelijke meneer en ging naar huis. Ik nam geen pijnstiller en ik belde niet naar de post. Want ik kan het allemaal wel zelf.

’s Avonds werd de pijn erger

Ik kon niet meer steunen op mijn been, ik kon hem niet meer buigen en de pijn werd erger. Misschien toch maar de post bellen? Maar hoe moest ik er dan naar toe? Ik kon echt geen auto meer rijden. In mijn hoofd ging ik mijn Zoetermeerse netwerk af. Wie zou ik kunnen vragen om me naar de huisartsenpost te brengen, als ik al een afspraak kreeg? En het ging natuurlijk niet alleen om brengen: als ik niet hoefde te blijven, moest ik ook weer naar huis. Wie kan ik vragen om mij te brengen, enkele uren te blijven en me dan weer terug te brengen?

Gelukkig appte een vriendin me. Ze had mijn Facebookstatus gelezen en ze wilde weten of ze wat kon doen. Wat een zegen! Ik zette me over mijn schroom heen en gaf toe. Ja, ik wil graag jullie hulp, maar vind je dat niet erg dan? Want je moet helemaal uit Z. komen. “Nee,” zei ze, “Uit R. Dat is nog verder weg. Maar dat willen we best voor jou doen.”

Mijn knie in een braceBij de huisartsenpost, was ik bijna op tijd aan de beurt, ik werd doorverwezen voor een foto van mijn knie om een breuk uit te sluiten en kwam alsnog op de Eerste Hulp terecht. Na de foto werd ik in een andere wachtkamer tegenover de gipspoli gezet en daar zat een volleyballer met een gebroken vinger en een klein jongetje met een gebroken sleutelbeen die rugby had gedaan met grote jongens. Sporten is gezond. Op de foto was geen breuk te zien, maar door de zwelling was het niet goed mogelijk om mijn banden te checken. Ik kreeg een brace, dat noemden we vroeger een spalk, en krukken. En nu moet ik rust houden. Volgende week mag ik naar de orthopeed voor een consult.

Nogmaals hulp vragen

En sportende vrouw, wat heb je nu geleerd? Ik heb geleerd dat ik mijn vrienden gewoon om hulp moet vragen. Als ik niks zeg, dan weten ze niks en kunnen ze me ook niet helpen als ze dat zouden willen. Moet ik alles zelf doen? Misschien wel. Maar als het niet lukt, dan mag zelfs ik om hulp vragen. Volgende week gaat moeders met me mee naar de orthopeed, vanavond geef ik de laatste WordPress cursusavond in Alphen aan de Rijn. Met hulp van een cursiste die me komt ophalen.
Om hulp vragen kan best fijn zijn.

Foto door photoangel – Freepik.

geen smoesjes meer, inspiratie vind je overal, teksten openen

Schrijf je in voor de wekelijkse inspiratiemail

Iedere week krijg je een mail met een schrijfopdracht die je inspiratie geeft om een kort verhaal te schrijven. Dit kun je dan publiceren op je blog, of lekker voor jezelf houden. Af en toe zal ik ook informatie sturen over schrijfcursussen en andere tekstgerelateerde zaken.

Je bent succesvol ingeschreven!

Copied!