fbpx

Een scheurende hoest splijt haar longen uiteen en doet haar ribben kraken. De oude vrouw ligt op haar bed en hoest nog een keer. De pijn ervan perst het weinige vocht in haar lichaam uit haar ogen. Haar ruggengraat, kromgebogen van de vele harde jaren, knarst als ze gaat verliggen.

pijnbomen

Pijnboom bron

Uit haar raam kijkend, ziet ze pijnbomen in de verte. “Wat een wonderlijke naam,” denkt de vrouw, “waarom heten die bomen pijnbomen? Zouden ze net zoveel pijn hebben als ik?” Dan valt ze langzaam in een diepe, rustige slaap.

Een van de pijnbomen in het bos voor haar raam maakt zich los van het groepje en schrijdt, want lopen is het niet, met statige passen naar het raam van de oude vrouw en tikt zachtjes tegen het raam met een van zijn takken. De vrouw gaat rechtop zitten en kijkt naar buiten. “Hallo,” zegt zij.

“Hallo,” zegt de pijnboom, “je vroeg hoe wij aan onze naam komen. Blijf rustig zitten, sla de deken om je heen en ik zal het je vertellen.” De pijnboom gaat er zelf ook eens rustig voor staan.

“Lang, lang geleden, ergens bij de Middellandse Zee, waar wij vandaan komen, zagen we een man. Deze man had het heel zwaar. Hij droeg een van onze zusters op zijn rug en werd uitgejouwd door zijn eigen mensen. Hij struikelde en had veel pijn. Wij besloten om zijn pijn te verlichten en er wat van over te nemen. Onze zuster op zijn rug had al veel overgenomen, maar kon niet meer omdat zij zelf ook stervende was. Zij huilde vanwege het droeve lot dat zij en de man moesten ondergaan. Sindsdien heten wij pijnbomen.”

De vrouw was vervuld van het verhaal. De hoest verscheurde haar longen en ribbenkast minder en toen zij weer ging liggen, sliep ze direct.

De volgende morgen vond de verpleegster haar. De pijnboom stond nog voor het raam.

Hervertelling van het liedje Pijnbomen (even naar beneden scrollen) van Lenette van Dongen

Pin It on Pinterest