fbpx

Officieel kwam dit boek uit in 1939. Het verscheen onder de titel Ten little niggers. Dat kon toen nog. De titel is gebaseerd op een kinderrijmpje dat terugkomt in dit boek op een zeer bijzondere manier. De titel is aangepast naar: En toen waren er nog maar….

Waar het boek over gaat:

In een afgelegen huis op een eiland zijn tien mensen uitgenodigd door een mysterieuze gastheer die zelf niet verschijnt. Ze zijn volkomen van de bewoonde wereld afgesloten en aangewezen op elkaars gezelschap. De avond begint aangenaam, maar gaandeweg blijkt dat de gasten worden achtervolgd door schaduwen uit het verleden. En dan wordt een van hen vermoord… En nog een. De angst slaat toe en het leven van de achterblijvers wordt een hel.

En die hel is behoorlijk tastbaar. De angst is voelbaar in de woorden die Christie gebruikt. Ze bouwt de spanning zeer subtiel op door je steeds op het verkeerde been te zetten. Je vraagt je steeds af wie het volgende slachtoffer is. Al vrij snel had ik door hoe het versje met de moorden verband hield, maar wie het volgende slachtoffer zou zijn, bleef steeds onduidelijk.

Wat ik ook zeer goed gedaan vindt, is het feit dat je op een gegeven moment ook in de gedachten van de overgebleven gasten zit, maar dat je bijna niet kan afleiden van wie je de gedachten leest. En dan lees je plots ook de gedachten van de moordenaar:

En van binnen? Gedachten wervelden door hun hersens als eekhoorntjes in een kooi…
‘Wat zal er nu gebeuren? Wat nu? Wie? Wat?’
‘Zou het helpen? Ik weet het niet. Het is de moeite waard het te proberen. Als er nog tijd is. Als er nog tijd is…’
‘Godsdienstwaanzin, dat is het… Hoewel je, als je haar aankijkt, het nauwelijks kunt geloven… Ik zal het wel bij het verkeerde eind hebben.’
‘Het is krankzinnig – alles is krankzinnig. Ik word krankzinnig. Wol die verdwijnt – rode plastic gordijnen – het heeft geen zin. Ik begrijp het niet…’
‘Die idioot, hij geloofde ieder woord dat ik tegen hem zei. Het was doodeenvoudig… Maar ik moet voorzichtig zijn, heel voorzichtig. Zes kleine porseleinen beeldjes… nog maar zes – hoeveel zouden er vanavond zijn?…’

En dan vraag je je af: wie is het? Is er een elfde persoon op het eiland of is de moordenaar één van de gasten? Dit blijft tot het allerlaatste moment onduidelijk.

En toen waren er nog maar… is onderhoudend

Het verhaal leest lekker weg. Geen echte pageturner, maar zeker onderhoudend. Het taalgebruik is wel wat ouderwets, maar als je er rekening mee houdt, dan kun je er best doorheen kijken, ook door de Britse beleefdheid waarmee de gasten elkaar benaderen.

Hieronder heb ik de twee versjes naast elkaar gezet ter vergelijking. Links de originele versie, rechts die uit het boek. Als je het boek nog wil lezen, raad ik je aan de versjes over te slaan.

[usr=3]

Je kunt dit boek gratis lezen via het Kobo plus abonnement.

[bol_product_links block_id=”bol_5a6ba3a8456ed_selected-products” products=”9200000031175661,9200000042798087″ name=”review” sub_id=”entoen” link_color=”AD232C” subtitle_color=”683C26″ pricetype_color=”EF9B4B” price_color=”AD232C” deliverytime_color=”683C26″ background_color=”FFFFFF” border_color=”683C26″ width=”250″ cols=”1″ show_bol_logo=”0″ show_price=”1″ show_rating=”0″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

De links naar het boek en naar Kobo Plus zijn affiliate links naar Bol.com. Dat betekent dat ik een beetje geld krijg als jij dit boek of een ander koopt.

Originele versie Versie in het boek
Tien kleine negertjes
Die dansten in de regen
Eentje viel er in een plas
Toen waren het er nog maar negen

Negen kleine negertjes
Die gingen saam op jacht
Eentje trapte op een leeuw
Toen waren het er nog maar acht

Acht kleine negertjes
Die stonden toen te beven
Eentje ging van ’t beven dood
Toen waren het er nog maar zeven

Zeven kleine negertjes
Die dronken uit een fles
Eentje kroop toen door de hals
Toen waren het er nog maar zes

Zes kleine negertjes
Die vochten met een wijf
Het wijf dat sloeg er eentje dood
Toen waren het er nog maar vijf

Vijf kleine negertjes
Die dronken een glaasje bier
Eentje stikte in het schuim
Toen waren het er nog maar vier

Vier kleine negertjes
Die gingen naar Overschie
Eentje verdronk er in de Schie
Toen waren her er nog maar drie

Drie kleine negertjes
Die gingen naar de plee
Eentje zakte er doorheen
Toen waren het er nog maar twee

Twee kleine negertjes
Die waren zo alleen
Eentje ging van heimwee dood
Toen was het er nog maar één

Dat ene kleine negertje
Dat had je moeten zien
Dat trouwde met een negerin
Toen waren er zo weer tien

Tien kleine negertjes
gingen uit eten langs verre wegen
Eén stikte in zijn drankje –
toen waren er nog negen

Negen kleine negertjes
praatten tot diep in de nacht
Eén kon niet wakker worden –
toen waren er nog acht

Acht kleine negertjes
kwamen op een eiland aangedreven
Eén zei, dat hij niet verder wou –
toen waren er nog zeven

Zeven kleine negertjes
kapten hout met een kapmes
Eén sloeg zichzelf in tweeën –
toen waren er nog zes

Zes kleine negertjes
hielden een honingbedrijf
Eén werd gestoken door een bij –
toen waren er nog vijf

Vijf kleine negertjes
kregen met het recht gemier
Eén kwam terdege in de knoei –
toen waren er nog vier

Vier kleine negertjes
gingen naar zee en zie
Eén rode haring verzwolg er een –
toen waren er nog drie

Drie kleine negertjes
gingen naar Artis mee
Eén grote beer drukte er een fijn –
toen waren er nog twee

Twee kleine negertjes
gingen naar het zonnebad heen
Eén schroeide de zon een gat in zijn bast –
toen was er nog maar één

Eén klein negertje
bleef helemaal alleen
Hij hing ten slotte zich maar op –
dus bleef er toen niet één

geen smoesjes meer, inspiratie vind je overal, teksten openen

Schrijf je in voor de wekelijkse inspiratiemail

Iedere week krijg je een mail met een schrijfopdracht die je inspiratie geeft om een kort verhaal te schrijven. Dit kun je dan publiceren op je blog, of lekker voor jezelf houden. Af en toe zal ik ook informatie sturen over schrijfcursussen en andere tekstgerelateerde zaken.

Je bent succesvol ingeschreven!