fbpx

Was ze het echt? Die donkerharige trut uit het verleden, van de basisschool? Uit de tijd die ik het meest van alles haatte? Waarom moet ik haar nu tegenkomen op dit veel te drukke feestje? Net nu ik wat minder in mijn vel zit. Ik wilde het liefste nog een toilet induiken, maar het was al te laat: “Hee, hoe is het met jou dan?” De donkerharige dame die tegenover me stond, glimlachte vriendelijk, aan beide handen een kind.

“Ja, fantastisch,” antwoordde ik sarcastisch. Hoe haalde ze het eigenlijk in haar hoofd om me aan te spreken alsof er niets gebeurd was. Alsof ze niet jaren lang bezig was geweest met treiteren, pesten en mij voor haar karretje spannen.

Ik bekeek haar nog eens goed. Ze had donkere kringen rond haar ogen en ze keek er wat dof uit. Het leek alsof ze erg moe was. Ik wist wel dat het ooit moest gebeuren dat ik haar weer eens zou tegenkomen. Maar dat het precies op het moment gebeurde dat ik even niet zo lekker in mijn vel zat – just my luck.

Ondertussen kwamen alle spoken uit het verleden weer naar boven. De momenten die het meest pijn deden, omdat je dacht dat je een vriendin had. De momenten waarop ze mij de schuld gaf van dingen die zij had gedaan omdat haar ouders haar anders op haar kop zouden geven. De momenten waarop ze met meisjes omging die mij pestten en mij zelfs in elkaar geslagen hadden. En hier stond die vrouw dus voor mij. Met een glimlach op haar gezicht en de vraag hoe het met me ging alsof ik een oude vriendin was, die ze al jaren niet had gezien.

En ik werd woedend

Hoewel, woedend is niet het juiste woord. Ik werd gewoon laaiend, woest zelfs. Ik keek haar aan en met zachte, verstikte stem zei ik: “Hoe durf je te vragen hoe het met me gaat alsof er nooit iets is gebeurd? Hoe durf je me uberhaupt aan te spreken? Heb je enig idee wat je mij geflikt hebt vroeger? Wat een ongelooflijk kutwijf je eigenlijk bent geweest?” Mijn stem sloeg over op het woord kutwijf. Een aantal feestgangers staakte daarop hun gesprek en keek naar ons. Ik voelde hun ogen op mij gericht.

De kinderen aan haar zijde begonnen te huilen, maar het interesseerde me niet. Haar probleem.

“Ik heb geen flauw idee waar je het over hebt,” antwoordde de vrouw.
“Dat weet je wel, dus ga daar maar eens goed over nadenken.” Ik gebruikte bewust een zin die zij me letterlijk voor de voeten had gesmeten tijdens een ruzie die we ooit hadden gehad.

Ik draaide me om en liep weg

De ogen van de feestgangers voelde ik in mijn rug prikken. Ik hoefde geen verontschuldigingen, geen sorry’s en geen smoesjes over hoe moeilijk zij het allemaal wel niet had gehad. Het enige waar ik echt nog boos over was, was de onwetendheid over wat ze had aangericht. En ik had geen zin om het haar uit te leggen. Ze moest het zelf maar bedenken. Nog één keer keek ik om. Ze was door haar knieën gezakt en legde haar armen om haar kinderen heen. Op dat moment keek zij op naar mij. Ik draaide mijn hoofd weg en liep terug naar mijn vrienden, haar achterlatend in het midden van de kamer. Langzaam hoorde ik de mensen hun gesprekken weer hervatten.

Ik was tevreden over het feit dat ik geen zin had om aardig te doen en het uiteindelijk ook echt niet had gedaan. Ik voelde me gelijk een stuk beter.

Dit is niet echt gebeurd. Ik denk dat ik in het echt anders had gereageerd. Dit blog is ontstaan omdat ik een opdracht uitprobeerde voor mijn workshops. De opdracht? Beschrijf een ontmoeting met iemand die sterke gevoelens bij je oproept (liefde, haat, angst, verdriet) vanuit het ik-perspectief. Wat denken jullie? Is het gelukt (be nice)? Misschien probeer ik van de week nog een van de andere gevoelens.

Plaatje: Volkan Olmez

geen smoesjes meer, inspiratie vind je overal, teksten openen

Schrijf je in voor de wekelijkse inspiratiemail

Iedere week krijg je een mail met een schrijfopdracht die je inspiratie geeft om een kort verhaal te schrijven. Dit kun je dan publiceren op je blog, of lekker voor jezelf houden. Af en toe zal ik ook informatie sturen over schrijfcursussen en andere tekstgerelateerde zaken.

Je bent succesvol ingeschreven!