fbpx
Dit is deel 12 van 17 in de serie Spreekwoorden 18

De hele santenkraam verwijst naar rommel. Letterlijk is het een kraam, zoals op de markt, vol met beeldjes van heiligen. Nu heeft het katholieke geloof enorm veel heiligen, dus je kunt je voorstellen dat zo’n kraam niet echt een positieve betekenis heeft.

Het aantal heiligen schijnt in de tienduizenden te lopen. Op Wikipedia vind je een kalender met heiligen. Zo zijn er op 1 januari al vijf heiligen die daar hun naamdag hebben. Een heilige is dus niet echt een schaars goed meer.

Een heilige wordt aangesproken met Sint – denk maar aan Sinterklaas en Sint Maarten. Een verbastering van het woord sint is ‘sant’, wat weer is terug te voeren op het Latijnse ‘sanctus’.

De hele santenkraam verwees naar katholieke misstanden

Het spreekwoord is ontstaan in de tijd dat Luther en andere kerkhervormers de katholieken wezen op hun heiligenverering en alle andere misstanden die in de katholiek kerk aan de orde van de dag waren. Zo vonden ze dat de kerken te rijk waren, de aflaathandel was alleen voor geldelijk gewin en de Maria-verering was ook overdreven. En het maken van beelden was afgoderij. Had God niet gezegd in de tien geboden dat er geen beelden van hem gemaakt mochten worden? Het vierde gebod luidt:

Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde.

Het ontstaan van het spreekwoord moet dus zo rond het jaar van de Beeldenstorm zijn ontstaan: rond 1566.

Tegenwoordig verwijst dit spreekwoord naar ‘de hele rommel’, ‘de hele boel’. Het is echter nog steeds niet positief bedoeld als er wordt gesproken over een santenkraam.

Spreekwoorden zijn de kers op de taart van de Nederlandse taal, de krenten in de pap, zogezegd. Iedere week wil ik een spreekwoord behandelen. Voel je vrij om een spreekwoord aan te dragen als je wil weten waar het vandaan komt. Dan ga ik op onderzoek. Bekijk alle spreekwoorden.

Plaatje: unsplash-logoAlexandre Chambon

Serienavigatie<< Spreekwoord 11: weten hoe de vork in de steel zitSpreekwoord 13: het gelag betalen >>

Pin It on Pinterest