fbpx
Dit is deel 47 van 51 in de serie Spreekwoorden 16

De mier was druk bezig. Het was nog hoogzomer en toch was hij al bezig met het verzamelen van koren en zaden en andere granen voor de komende winter. Gejaagd liep hij heen en weer om alles toch maar op tijd in zijn nest te krijgen. “Waarom maak je je zo druk, vriend mier?” zei de krekel. “Laten we dansen en vrolijk zijn!” De mier schudde het hoofd, mompelde iets over zijn koren groen eten en liep weer door, op zoek naar voedsel voor de winter.

korenDe krekel ging ondertussen vrolijk verder met feestvieren en maakte zich niet druk om de dag van morgen. Wie dan leeft, dan zorgt, dacht de krekel. Ondertussen liep de zomer op zijn eind. De vogels vlogen naar het zuiden, alle dieren maakten een onderkomen voor de winter en spaarden hun voedsel op. De krekel kon niets meer vinden. Hij had geen nagel om aan zijn kont te krabben.

De dieren die van de zomer met hem hadden feestgevierd, keerden hem nu de rug toe: “Van de zomer heb je ons van het werk gehouden, nu hebben we niet genoeg eten om met je te delen. Zoek maar een ander om bij te bedelen.” En ze draaiden zich om en gingen nog op zoek naar de laatste graantjes en eikeltjes en besjes om op te slaan voor de winter. De krekel kreeg het steeds kouder en hij werd steeds hongeriger en overal werd hij weggejaagd.

Koren op de molen van de mier, zou je denken?

Maar nee, de mier deed de deur van zijn nest open en zei tegen de krekel: “Vriend Krekel, kom maar binnen. Ik heb genoeg voor ons allebei deze winter.” De krekel kreeg tranen in zijn ogen. Overal was hij weggestuurd, maar nu mocht hij dan toch overwinteren bij de mier.

De hele winter zorgde de krekel avond aan avond voor muziek en dans. Er was genoeg eten en drinken en toen het weer lente werd, nam de krekel hartelijk afscheid van de mier. Hij had zijn les geleerd: vanaf nu zou hij zelf ook zorgen voor voorraad en niet meer de hele zomer alleen maar feesten. De moraal: je moet werken om van koren brood te maken.

Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.

Serienavigatie<< Spreekwoord 46: novemberSpreekwoord 48: graan >>

Pin It on Pinterest