fbpx
Dit is deel 50 van 51 in de serie Spreekwoorden 16

De lakens uitdelen. Van hetzelfde laken een pak. Door een lakense bril kijken. Tussen tafellaken en servet. Een laken is een geweven wollen stof, waarvan vroeger kwalitatief goede kleding gemaakt werd. Vooral de gegoede burgerij droeg deze kleding. Men maakte onderscheid tussen Iepers en Brussels laken. Fijn bewerkt, geschoren laken werd scheerlaken genoemd. Ook wel scharlaken.

Als iemand zijn lakense bril opzet, dan kijkt hij bijzonder scherp toe. Volgens de etymologiebank zou de lakense bril kunnen afstammen van het halve gezichtsmasker. Maar met zo’n masker kun je niet scherp zien, zegt de etymologiebank dus dat is niet mogelijk. Waarschijnlijk is het een bril uit Laken in België geweest, maar door de tijd heen is men vergeten dat het de plaatsnaam was. Daardoor is het schertsende achtervoegsel met fluwelen glazen er misschien achter gekomen. Of misschien keken de Lakenaren wel heel erg scherp naar de stof die ze verkochten?

Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.

Serienavigatie<< Spreekwoord 49: winterSpreekwoorden 52: laatste >>

Pin It on Pinterest