fbpx

Romeinse cijfersOns huidige cijferstelsel bestaat uit Arabische cijfers, maar eerder werden vooral Romeinse cijfers gebruikt. De Arabische getallen zijn pas in de veertiende eeuw ingevoerd. Er zijn twee grote verschillen tussen Romeinse en Arabische cijfers: het Romeinse getallenstelsel kent geen nul en bestaat uit letters. De letters die gebruikt worden in het Romeinse systeem zijn: I, V, X, L, C, D en M.

De letters hebben ieder een eigen waarde:

  • I = 1
  • V = 5
  • X = 10
  • L = 50
  • C = 100 (denk maar aan het Franse centime of de centurion die honderd man onder zich had)
  • D = 500
  • M = 1000 (het Franse mille)

Gebruik van de Romeinse cijfers

Er wordt nog steeds gebruik gemaakt van Romeinse cijfers. We zien ze vooral in de namen van koningen en koninginnen, denk maar aan Catharina I, Elizabeth II en Lodewijk de XIV. Als Willem-Alexander koning Willem was gaan heten, dan was hij koning Willem IV geworden. Ook in de Romaanstalige landen, Spanje en Frankrijk bijvoorbeeld, zien we dat eeuwen aangeduid worden met Romeinse cijfers: le XIX siècle. Maar ook in Nederland zien we dat hoofdstuk aanduidingen soms met Romeinse cijfers worden genummerd, het jaartal op de titelpagina en zelfs in de aftiteling van televisieprogramma’s komt het voor. Ook zie je vaak in examenteksten dat de alineanummers worden aangeduid met Romeinse cijfers.

De huidige regels voor het gebruik van Romeinse cijfers

De notatie van de cijfers gaat van hoog naar laag, net als bij Arabische cijfers. Het getal 2 wordt weergegeven als II, 3 zie je terugkomen als III. Het getal zes wordt opgeschreven als VI. Eerst het grotere getal, daarna het kleinere getal. Je moet dus wel een beetje rekenen. De getallen met vijf, dus V, L en D, komen maar één keer per getal voor. Het getal vijftien schrijf je dus als XV en niet als VVV.

Een Romeins getal komt in het huidige gebruik niet vaker dan drie keer achter elkaar voor: het getal vier wordt opgeschreven als IV en niet als IIII (behalve op sommige horloges). Voor het getal negen geldt hetzelfde: niet VIIII maar IX. De regel is dat als een kleiner getal voor een groter getal staat, dat dit dan wordt afgetrokken van het grotere getal erna. Een paar voorbeelden:

  • 9 = 10 – 1 → IX
  • 39 = 40 – 1 → XXXIX
  • 99 = 100 – 1 → IC

Komt het kleinere getal erna, dan moet je het optellen: XI is elf en LVIII is 58. Sommige getallen kun je op meerdere manieren opschrijven:

  • 1999 kan op drie manieren: MIM (dit deed de BBC in dat jaar), MCMIC en MCMXCIX
  • 8 kan op twee manieren: VIII en IIX
  • 49 kent drie manieren: IL, XLIX en XXXXVIIII

Er is echter iets aan de hand met de laatste manier van 49 opschrijven. Volgens de huidige regels mag dit niet: er mogen namelijk niet meer dan drie dezelfde letters achter elkaar staan in een getal. Dat heeft te maken met de leesbaarheid. De Romeinen hanteerden vroeger lossere regels: daar mochten dus wel vier dezelfde letters in een getal staan.

Grappige weetjes over Romeinse cijfers

  • Met een streepje boven het getal gaf men vroeger aan dat een getal met duizend vermenigvuldigd moest worden. M met een streepje erboven was het getal één miljoen, V met een streepje was vijfduizend.
  • Met twee streepjes boven het getal werd het nog groter: een M met twee streepjes duidde één miljard aan.
  • Er zijn zelfs aanwijzingen dat een getal als zeshonderduizend opgeschreven werd als VI * C met een streepje boven de C.
  • De halve getallen V, L en D zijn de getallen X, C en M gehalveerd. De V is de bovenste helft van de X, de L is de onderste helft van een hoekige C ( [ ) en de D is de rechterhelft van de M, maar dan wel dichtgemaakt, zoals het symbool voor dierenriemteken maagd.

Romeinse cijfers op horloges en klokken

Sommige klokken en horloges bevatten Romeinse cijfers. Maar daar is wel wat eigenaardigs aan: het getal 4 wordt vaak gesymboliseerd door vier keer een I. Daar zijn verschillende theorieën over:

  1. IV lijkt op zijn kop gezien teveel op VI. Daarom is gekozen voor IIII om het getal 4 weer te geven;
  2. Er is gekozen voor IIII vanwege de symmetrie met VIII en XII, waarbij er steeds een I afvalt;
  3. IV lijkt teveel op het begin van IVPITER (Jupiter), die de oppergod van de Romeinen was en daarom niet op zoiets ordinairs als een klok mocht komen te staan;
  4. Er is een even aantal I’s, V’s en X-en die gebruikt worden, namelijk twintig keer een I, vier keer een V en vier keer een X. Anders zou het zeventien keer een I worden en vijf keer een V. Voor een V heb je meer metaal nodig dan voor een I en dat is dan duurder.

Romeinse cijfers komen nog best vaak voor, het is dus handig om te weten hoe deze zijn opgebouwd en hoe je ze moet lezen.

photo credit: vidalia_11 via photopin cc

geen smoesjes meer, inspiratie vind je overal, teksten openen

Schrijf je in voor de wekelijkse inspiratiemail

Iedere week krijg je een mail met een schrijfopdracht die je inspiratie geeft om een kort verhaal te schrijven. Dit kun je dan publiceren op je blog, of lekker voor jezelf houden. Af en toe zal ik ook informatie sturen over schrijfcursussen en andere tekstgerelateerde zaken.

Je bent succesvol ingeschreven!

Copied!