fbpx

Deel drie alweer in de serie over gedichten. De eerste ging over het sonnet en een week geleden ging het over de haiku en het elfje. Deze week wil ik het over het epigram of puntdicht, het grafschrift en de limerick hebben.

Ik begin deze keer met het epigram.

Een epigram is een kort gedicht waarmee emotionele oordelen of gedachten op ironische wijze worden beschreven, meestal met behulp van een woordspeling. Soms zijn epigrammen ook kritisch. Vaak moet je echt even nadenken over het epigram: het vraagt wat van je verstand.

Het epigram was al bekend in de zeventiende eeuw. Constantijn Huygens was een fervent beoefenaar. Huygens schreef een soort definitie:

Gij vraagt wat een sneldicht voor een dicht is?
Het is een dicht dat snel en dicht is.

Oorspronkelijk komt het epigram uit de klassieke oudheid. Epigramma waren inscripties op graven, gedenktekens en cadeaus. Er bestaat een boek, gestart in de zesde eeuw voor Christus, de Anthologia Graeca, waarin 4000 Griekse epigrammen van driehonderd auteurs bewaard zijn gebleven. Het boek bevat epigrammen van 600 v.Chr., tot 600 na Chr.

Ook in de Bijbel staan epigrammen. Psalm  16, 56, 57, 58, 59 en 60 zijn zogenaamde miktam, wat Hebreeuws is voor epigram. Ik zie hier overigens geen humor in, maar dat hoeft natuurlijk ook niet altijd.

Het grafschrift is een bijzondere vorm van het epigram.

Ook deze dichtvorm is vooral humoristisch of satirisch bedoeld. Een van de bekendste grafschriften is voor de dichter Poot:

Hier ligt Poot
Hij is dood

Kees Torn had in een van zijn theatershows, namelijk Dood en Verderf, veel grafschriften gemaakt. Overigens deed Fons Jansen dat eerder. Een voorbeeld van Torn’s grafschrift over Rita Verdonk:

Ik was al niet zo’n soepel wijf,
maar nu ben ik helemáál stijf

Een limerick is ook een soort puntdicht

Alleen daar zitten dan weer wat meer eisen aan, net als bij de haiku en het elfje. De limerick bestaat uit vijf regels en is veelal humoristisch bedoeld. Het is van oorsprong Iers, met als vermeende ontstaansplaats Limerick.

De eisen:

  • De eerste regel eindigt op een plaatsnaam
  • Regel 2 tot en met 4 van het gedicht beschrijft een grappige situatie
  • Regel 5 bevat een pointe. Dat is bijvoorbeeld een verrassende slotopmerking.
  • Regel 1, 2 en 5 rijmen met elkaar. Regel 3 en 4 rijmen ook op elkaar.
  • Meestal zijn limericks satirisch of schuin.
  • De eerste twee regels zijn vaak lang, regel drie en vier zijn weer kort en regel vijf is weer lang.

Dit is een limerick die ik van de site leukespreuk.nl heb gehaald:

Een eendagsvlieg uit de Vogezen
zat in zijn memoires te lezen..
Hij schrok toen hij zag
‘t is nog maar kort dag.
Een weekdier, dat wil ik graag wezen.

De eerste regel introduceert een dier en de plaats waar het dier vandaan komt. Regel twee tot en met vier beschrijven een grappige situatie: een eendagsvlieg die zijn memoires leest is best wel grappig. De laatste regel geeft een verrassende slotopmerking: het woordje weekdier kan hier op twee manieren worden uitgelegd. Overigens is deze niet schuin. Maar die zijn er wel. Bij het radioprogramma Somertijd op radio Veronica worden vaak zeer schuine limericks ingestuurd. Iedere werkdag rond tien over vijf worden er enkele voorgelezen. Als voorbeeld staat op de site deze limerick:

Er was eens een vent uit Bohemen,
die wilde een Zweedse gaan nemen.
Ze nam hem de maat
en riep over straat:
“Zo’n kleintje, dat kun je niet menen!

Schunnig toch?

Misschien kun jij er ook wel een verzinnen? Of een grafschrift of epigram? Ik lees ze graag in de reacties!

Jammer, maar helaas. Je mag het niet kopiëren, iets met copyright enzo.
geen smoesjes meer, inspiratie vind je overal, teksten openen

Schrijf je in voor de wekelijkse inspiratiemail

Iedere week krijg je een mail met een schrijfopdracht die je inspiratie geeft om een kort verhaal te schrijven. Dit kun je dan publiceren op je blog, of lekker voor jezelf houden. Af en toe zal ik ook informatie sturen over schrijfcursussen en andere tekstgerelateerde zaken.

Je bent succesvol ingeschreven!

Copied!