fbpx

Apart verhaal. Een van de 4 havoleerlingen bij de huiswerkbegeleiding is bezig met het vak filosofie. Het gaat over geluk en hoe gelukkig je bent. “Martha, wat is de hedonistische calculus?” vraagt de leerling. Ik kijk verbaasd op. Hedonisme is mij niet geheel vreemd, maar de hedonistische calculus ken ik niet. Dus ik Google.

De mate van genot van welke handeling dan ook, zou moeten worden onderzocht met behulp van deze zeven categorieën. [Jeremy] Bentham noemde ze  “de berekening van het geluk”.
Hij dacht dat iemand na een beetje oefening deze berekening intuïtief zou kunnen toepassen, maar tot dat punt zou je de berekening daadwerkelijk stap voor stap moeten doorwerken. bron

Oke, wacht even. We doen even een stapje terug. Want dit begrijp ik niet. Eerst maar eens opzoeken wat hedonisme nou ook al weer precies was:

De leer binnen de ethiek die stelt dat genot (in algemene zin) het hoogste goed is.

GelukDit snap ik. Zoals Youp van ’t Hek ooit zei: “Als het met mij maar goed gaat.” Het gaat er dus om dat je geniet van wat je doet. Sterker nog en een beetje kort door de bocht, directe lustbevrediging is het streven van hedonistische mensen. Hier zit geen sociaal aspect in. Een verkrachter die zijn lust bevredigt, is deugdzaam, zolang zijn genot maar groter is dan de pijn van het slachtoffer. Binnen andere ethische systemen is dit natuurlijk absoluut verwerpelijk.

Het berekenen van geluk

Jeremy Bentham voegde dus een sociaal aspect toe aan het hedonisme. Hij bedacht dat geluk kon worden uitgedrukt in termen van genot. En genot kon weer onderverdeeld worden in zeven verschillende categorieën:

  1. Hoe diepgaand is het genot?
  2. Hoe lang duurt het genot?
  3. Hoe zeker is het genot?
  4. Hoe lang duurt het voor het genot beleefd kan worden?
  5. Hoeveel genotsmomenten brengt dit ene genot met zich mee?
  6. Tot op welke hoogte is het genot vrij van pijn?
  7. Hoeveel mensen kunnen meegenieten van het genot?

Deze zevende categorie maakt hedonisme dus sociaal, waardoor het genot van misdadigers niet meer meetelt. Als je antwoord kunt geven op deze zeven vragen, dan kun je uitrekenen hoe gelukkig je bent. Bentham dacht dat je dit uiteindelijk intuïtief zou moeten kunnen doen, maar tot die tijd zul je de zeven stappen van intensiteit, duur, zekerheid, nabijheid, productiviteit, zuiverheid en reikwijdte moeten doorlopen.

Je kunt met deze stappen ook uitrekenen wat het meeste genot of geluk zou kunnen opleveren. Je kunt nu ook uitrekenen welke handelingen ‘goed’ zijn en welke niet. Om even bij het eerder genoemde voorbeeld te blijven: de reikwijdte van die handeling is niet groot (stap 7) en ook de zuiverheid (stap 6) scoort laag.

In hoeverre deze theorie van de hedonistische calculus nog geldig is, weet ik niet. Maar ik leerde iets nieuws: geluk is te berekenen.

Ben jij filosofiestudent of psychologiestudent of afgestudeerd of weet je er toevallig iets van af en heb je aanvullingen? Laat je bericht achter in de reacties. Ik hoor het graag!

Pin It on Pinterest