fbpx

Bij het koppelteken dat ik al eerder behandelde op mijn blog, hoort nog een andere functie. Dit koppelteken, of liggend streepje, heeft namelijk nog een andere functie: je gebruikt het als je een woord niet volledig op de ene regel kan neerzetten en gedwongen bent het op de volgende regel verder te schrijven.

Bij het Groot Dictee der Nederlandsche Taal mag je dit teken niet gebruiken, omdat het dan fout gerekend wordt. Het lijkt ook wel niet meer te worden geleerd in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De meest wonderlijke afbrekingen zie ik soms voorbij komen. Ik zie bijvoorbeeld: Fran-krijk of Gro-ot-Brittannië.

De eerste is nog wel logisch, toch? Nee, eigenlijk niet. Frankrijk is het Rijk der Franken en dient dus afgekort te worden als Frank-rijk. Groot-Brittannië lijkt me wel een logische. Je kunt het woord groot niet tussen twee o’s afbreken. Gelukkig zijn er een aantal regels voor het afbreken van woorden. Zeven maar liefst! Breek it or leave it 😉

Regel 1 bij samenstellingen

Je breekt het woord af tussen de twee delen van de samenstelling. Dus:

stations-chef en niet sta-stionschef.

Staat er al een streepje in de samenstelling, dan komt er geen extra streepje bij. Dus:

oud-president en niet oud- – president.

Let ook op bij samenstellingen die meestal niet meer als samenstelling worden gezien. Zoals het woordje meestal. Maak er geen vogeltje van, mees-tal, of een opslagplek voor dieren, mee-stal. Dit woord wordt afgebroken tussen meest en al: meest-al.

Nog eentje waar je op moet letten: een val-kuil is iets anders dan een valk-uil en wets-taal is iets heel anders dan wet-staal.

Regel 2 bij afleidingen

Deze beauties breek je af voor het achtervoegsel of achter het voorvoegsel. Lastig? Zie nog even het stukje over samenstellingen. Denk bijvoorbeeld aan woorden als antivries, klompjes, bekennen, fietsen, bakster en verontrusten.

Het originele woord bepaalt waar wordt afgebroken. Dus: anti-vries, klomp-jes, be-kennen, fiets-en, bak-ster. Maar ja, is het nu veront-rusten of ver-ontrusten? Mijn tip zou hier zijn om het woord af te breken na ver of helemaal niet en het gewoon op de volgende regel te schrijven.

Deze regel helpt je om verschil te maken tussen woorden als bot-ste en bots-te*. Zie je het verschil?

Regel 3 bij achtervoegsels met een klinker

Als je een woord hebt zoals laars en je maakt daar het meervoud laarzen van, dan verhuist de z mee naar de volgende regel. Je krijgt dan de volgende afbreking: laar-zen. Dit geldt voor alle woorden waar het tweede deel begint met een klinker.

Natuurlijk zijn daar uitzonderingen op:

  1. woorden die eindigen op -achtig nemen geen extra medeklinker mee: waar-achtig en niet waa-rachtig.
  2. woorden die eindigen op -aard nemen ook geen medeklinker mee: gierig-aard en niet gieri-gaard. Maar: grijn-zaardSpan-jaarddo-laard en bas-taard. Dit zijn waarschijnlijk de spreekwoordelijke uitzonderingen die de regel bevestigen.
  3. woorden die eindigen op een medeklinker +st, dan gaat de st naar de volgende regel: dor-stig en niet dorst-ig, tek-sten en niet tekst-en.

Regel 4 bij opeenvolgende klinkers die niet bij dezelfde lettergreep horen

Woorden als individueelroyaalkri-oelen en hiaat hebben klinkers die bij twee verschillende lettergrepen in het woord horen. Breek deze woorden af waar je zelf de breuk hoort: individu-eelkri-oelenhi-aat. Bij het woord royaal is iets anders aan de hand. Normaal gesproken breek je een woord af nà de i-grec. Denk aan: gruy-èrevousvoy-eren. Het woord royaal breekt anders af, namelijk voor de y: ro-yaal.

Breek nooit af tussen de klanken ooi, aai, oei, eu, oe, ui. Deze klinkers vormen één klank en dienen als zodanig bewaard te blijven.

Regel 5 één klinker is zo zielig

Daarom wordt een woord nooit afgebroken als er dan maar één klinker blijft staan op de regel of er maar één naar de volgende regel gaat. Het gaat hier om woorden als coalitie, mediarel, alinea, stereotoren enzovoort. Die breek je dus zo af, dat het duidelijk blijft welke woorden er staan.

  • coa-litie en niet co-alitie
  • media-rel  en niet medi-arel
  • ali-nea en niet a-linea of aline-a
  • stereo-toren en niet stere-otoren

Regel 6 prop zoveel mogelijk medeklinkers bij elkaar op de volgende regel

Daar ziijn wel twee voorwaarden aan verbonden:

  1. Het eerste deel moet volgens de Nederlandse spelling een lettergreepeinde kunnen zijn. Vergelijk naas-te en naa-ste De tweede versie kan volgens deze regel niet voorkomen, omdat aa geen geaccepteerde lettergreepeinde is.
  2. De uitspraak mag niet lijden onder de afbreking. Vergelijk de valk-uil en de val-kuil uit regel 1.

Dan zijn er nog weer vijf uitzonderingen. Jaja, het Nederlands is geen Nederlands zonder uitzonderingen natuurlijk.

  1. De combinatie st en sp zonder andere medeklinker ervoor, worden ertussen afgebroken: hees-terknis-per
  2. De ch wordt niet gesplitst: goo-chelenbo-chel
  3. De sj wordt niet gesplitst als de combinatie als een klank wordt gezegd: ram-sjenpa-sja. Anders wel: dis-junct.
  4. ng en nk worden gesplitst: din-genkonin-kje
  5. Voor en na de x wordt niet afgebroken: exa-menpara-doxaal

Regel 7 Griekse en Latijnse voorvoegsels die niet meer als zodanig herkenbaar zijn

Maar ja, wanneer is iets niet meer herkenbaar? Tot nog toe wordt het stukje poly in polymeren herkend als Latijn. Maar wie herkent nog het woordje alloch in allochtoon als een voorvoegsel?

Deze woorden breek je af volgens regel 6. Er gaat dus één medeklinker mee naar de volgende regel:

  • alloch-toon
  • inte-ressant
  • pa-norama
  • res-pect
  • sy-noniem
  • sys-teem

Overigens ben ik voor deze post enorm schatplichtig aan de Schrijfwijzer van Jan Renkema, mijn spellingsheld.

In de gratis download dit keer drie adviezen voor het afbreken van woorden. Ik zou het fijn vinden als je als dank de link naar deze post met mijn twitternaam (@drspee) post op twitter, facebook of een ander sociaal netwerk. 🙂

afbreekstreepje (pdf)

*Bot-ste is iemand die het meest bot is, bots-te heeft te makem met de verleden tijd van het werkwoord botsen.

Pin It on Pinterest