En nog een omissie op mijn blog. De meervoudsvormen! Helemaal vergeten om deze te behandelen. Dus dan doen we dat nu om het gemis op te vullen. Het Nederlands heeft verschillende meervoudsvormen: meervoud op -en, op -s, op -‘s en op -a / -ci. Ik houd deze volgorde aan zodat je de gewenste uitleg makkelijk kunt vinden als je er specifiek één nodig hebt.

meervoudsvormen

Meervoudsvormen op -en

Veel Nederlandse woorden hebben een meervoud op -en. Teveel om op te noemen. Meestal zijn dit woorden die eindigen op een medeklinker:

  • Kop – koppen
  • Doek – doeken
  • Muur – muren
  • Vaas – vazen

Let op dat er soms letters verdwijnen, soms letters veranderen en soms letters verdubbelen. Kijk maar naar het woord kop. Het meervoud krijgt een extra p omdat er anders een ander woord komt te staan.

Bij het woord muur verdwijnt er een u. Dit is omdat het woord in de eerste lettergreep afgebroken wordt op de u. Het Nederlands kent dan geen dubbele klinker. Daarnaast is het een open lettergreep (je mond blijft openstaan aan het einde van de lettergreep – ik gok dat 50% van jullie nu met zijn of haar mond openhangt om het uit te proberen).

Bij het woord vaas gebeuren er twee dingen: aan het einde van de eerste lettergreep blijft je mond weer open, dus er verdwijnt een a. Het tweede is dat de s verandert in een z. Dit gebeurt ook bij de f. Kijk maar naar het woord brief. Het meervoud is brieven.

Een bacterie met een melodie

Ook woorden die eindigen op -ie krijgen over het algemeen een meervoud op -en. Maar hier gebeurt nog iets anders. Soms komt er bij de -ie nog een extra -e-. Er komt in elk geval een trema op de laatste -e van het woord.

Maar wanneer krijgt een woord dat eindigt op -ie nu een extra e en wanneer niet? Dat heeft te maken met de plaats van de klemtoon in het woord. Er is een makkelijk ezelsbruggetje voor: ligt de klemtoon op het einde van het woord, dan krijg je een extra e.

  • melodie – melodieën
  • bacterie – bacteriën

De monnik is een luiwammes, eet een perzik en ziet een havik

Tja, die monnik. Die moet ook weer moeilijk doen. Ook hier hebben we een regel voor: woorden die eindigen op -erik, krijgen geen verdubbeling van de k.

  • monnik – monniken
  • perzik – perziken
  • havik – haviken

Hier is een lijst met de meest voorkomende woorden op -erik.

De luiwammes en de bajes krijgen in het meervoud ook maar één -s. Dit heeft te maken met de klemtoon. Ligt de klemtoon niet op -es (dus als je dit uitspreekt als [us]) dan komt er geen tweede s: luiwammesen en bajesen.

Meer voorbeelden daarvan vind je hier.

Meervoudsvormen op -s

De meeste woorden die eindigen op een e krijgen een -s als meervoudsvorm. Denk maar aan:

  • agente – agentes
  • directrice – directrices
  • kindje – kindjes
  • cadeau – cadeaus
  • restaurant – restaurants
  • groente – groentes

Met die laatste is er nog iets aan de hand. Die heeft namelijk ook de mogelijkheid om een -n als meervoud te krijgen. Soms doen woorden dat: dat is historisch zo gegroeid.

Woorden met een accent op de laatste é, bijvoorbeeld café krijgen een meervoud met de s eraan vast: cafés. Hetzelfde geldt voor satés.

Meervoudsvormen met ‘s

De hoge komma, beter bekend als apostrof, voegen we toe bij andere klinkers. Deze klinkers herkennen we aan het ezelsbruggetje Ik houd van y’s. Alle klinkers in dit zinnetje krijgen een meervoud met ‘s als de klinker aan het einde van het woord staat:

  • agenda – agenda’s
  • mini – mini’s
  • auto – auto’s
  • accu – accu’s
  • baby – baby’s

Let op: de laatste is absoluut niet babies. Dat is namelijk de Engelse variant van het meervoud.

Meervoudsvormen op -a en -ci

Dit zijn de woorden die uit het Latijn komen. Denk hierbij aan woorden als museum, datum, technicus, neerlandicus. Natuurlijk hoor je vaak museums en datums maar strikt genomen is dit niet juist. Het meervoud van deze woorden is musea en data. Bij data als meervoud van datum ontstaat mogelijk de verwarring met de data die je in je computer hebt. Maar beide woorden betekenen officieel: gegeven. Het een is echter enkelvoud (datum) het ander is meervoud (data). Datum wordt vaak alleen gebruikt in verband met een bepaalde dag in het jaar, bijvoorbeeld: 24 november. Datum wordt zelden of nooit gebruikt als woord voor één enkel gegeven op je computer. Daarvoor gebruiken we altijd data.

Nu weet je dus waar het woord data/datum vandaan komt. En hoe je het meervoud kan gebruiken. Ik laat me weer lekker afleiden :D.

Mijn lerares Nederlands zei vroeger altijd over het meervoud van neerlandicus: “Ik wil geen neerlandicussen kussen.” Wij snapten dat niet. Nu wel: zij wilde graag neerlandici kussen. Het meervoud van een woord op -cus is -ci. Best een omslachtige manier om het uit te leggen eigenlijk. Bij het meervoud van medicus moet ik eigenlijk altijd aan die ene Italiaanse familie denken: medici.

Tot zover de meervoudsvormen in het Nederlands. Is er nog een onderwerp wat je zou willen zien uitgelegd, laat het me dan voor dinsdag weten, dan ga ik daar mee aan de slag!

geen smoesjes meer, inspiratie vind je overal, teksten openen

Schrijf je in voor de wekelijkse inspiratiemail

Iedere week krijg je een mail met een schrijfprompt die je inspiratie geeft om een kort verhaal te schrijven. Dit kun je dan publiceren op je blog, of lekker voor jezelf houden. Af en toe zal ik ook informatie sturen over schrijfcursussen en andere tekstgerelateerde zaken.

Je bent succesvol ingeschreven!