fbpx

Wat begon als een gewone Valentijnsdag, geen kaartjes geen bloemetjes, eindigde nog dramatischer dan ik ooit had kunnen bedenken.

’s Ochtends reed ik rond kwart over negen naar mijn werk. Maar helaas kwam ik niet verder dan de Lozerlaan in Den Haag. Het stoplicht sprong op groen en ik trok op, zoals ik dat altijd doe: gewoon achter mijn voorganger aan. Ineens zie ik zijn remlichten opgloeien en ik trap op de rem.

BOEM!

Ik gleed door en zat tegen mijn voorganger aan. Een grote Renault Traffic. Een uitvaartbloemist ook nog. De Traffic schoot door en tikte zijn voorganger aan. Ik ben duizelig, maar ik zie mijn voorgangers uitstappen en besluit om ook uit te stappen. We kijken elkaar aan en vragen of iedereen ok is. Er is geen persoonlijk letsel, dus de Traffic stelt voor om even een stukje verder door te rijden om van het kruispunt af te gaan. Mijn nummerbord sleept over de grond, maar de motor start nog. We rijden een stukje verder en gaan het fietspad op.

Ik ben nog steeds duizelig en weet niet zo goed wat ik moet doen. “Bel jij de politie?” vraagt de Traffic. Ik bel. De politie komt helaas niet. Er is geen letsel en er is geen schuldvraag.

Dan bedenk ik dat ik maar beter mijn werk kan bellen. Na mijn werk afgebeld te hebben, bel ik de ANWB. In tranen. Het besef van de botsing begint tot me door te dringen. De ANWB zegt dat ze me niet kunnen helpen en dat ik mijn verzekering moet bellen. Ik bel het nummer op de groene kaart. Na 5 keer te worden doorverbonden, ik had het verkeerde nummer, krijg ik iemand aan de lijn die mij kan helpen. Zij zegt me dat ik zal worden weggesleept en dat ik nog word teruggebeld over vervangend vervoer.

Ik huil nog een beetje. De bestelwagen die voor de Traffic zat en ook geraakt is, ziet dat ik het zwaar heb en slaat een arm om me heen. “Ach mevrouw”, zegt hij “het is maar materiële schade. U bent nog heel.” Ja, ik ben nog heel. Alleen heel erg geschrokken.

De schadeformulieren zijn inmiddels ingevuld en de bestelwagen en de Traffic zijn vertrokken. Daar zit ik dan, langs de kant van de weg, te wachten op de sleepwagen die mij daar weg moet halen. Na een goed half uur komt hij. Hij heeft ook al een ander schadevoertuig bij zich. De vrouw die al voorin zit, is door een vrachtwagen geschaaft. Zij had geen rekening gehouden met het uitzwenkenvan de laatste meters van die vrachtwagen. En zo keuvelen we gemoedelijk wat af terwijl we naar een schadebedrijf op de Binckhorst worden gebracht.

Daar aangekomen krijg ik koffie en worden mijn papieren bekeken en ingevoerd. Even later komt er een man die met mij meeloopt naar de auto en me vertelt dat hij denkt dat de auto total loss is.

Weer terug binnen laat hij mij zien wat er allemaal vervangen, hersteld of opnieuw gespoten moet worden. Ik word er misselijk van. De schade is ongeveer 2/3 van de dagwaarde. Alles is kapot: de bumper, de motorkap, de balk achter de bumper, de grill, de koplampenbehuizing, het nummerbord en de houder, de zijschermen en zelfs het Fiat logo, alles. En dat is alleen nog maar de zichtbare schade.

De schademan vertelt mij wat er gaat gebeuren: omdat de schade zo groot is, moet er een schade-expert van de verzekering bijkomen. Hij moet bepalen wat er met mijn Panda gaat gebeuren. Heftig. Tranen komen weer in mijn ogen. Ik kan niet eens zelf bepalen wat er gebeuren gaat. Die controle is mij uit handen genomen.

Inmiddels is de schade-expert geweest en staat mijn Panda nu op een besloten site voor opkopers en slopers. Die mogen nu op mijn Panda bieden. Ik kan alleen nog maar afwachten.

Pin It on Pinterest