fbpx

Daar stond ik dan, midden op straat, met het visitekaartje in mijn handen en het adres van de ongure vreemdeling. Ik was verscheurd tussen mijn panische angst voor spinnen en mijn verlangen naar mijn prachtige ring met de rode robijn die ik nog van mijn moeder had gekregen. De vreemdeling had mij de sleutel gegeven: ik moest mijn angst overwinnen om mijn ring terug te krijgen.

Nu kon ik drie dingen doen: mijn angst voor spinnen negeren, maar dat lukte niet door mijn fysieke reactie op die verschrikkelijk enge beesten, mijn ring als verloren beschouwen, maar hij was me te dierbaar, dus de derde weg was de enige weg die open stond. Ik moest mijn angst overwinnen.

De enige manier die ik ken om je angst te overwinnen, is de confrontatie aangaan. Ik keek naar het adres op het kaartje en begon te lopen. Ik wist nog amper wat ik deed. Het enige dat ik wilde was mijn ring terug.

Bij het adres van de vreemdeling aangekomen, klopte ik op de deur. De man, lang en ongeschoren, deed de deur open. Het klamme zweet stond me op de rug en met knikkende knieën stamelde ik: “Ik k-k-kom mijn ring halen…”

Die blik, een beetje spottend en een beetje medelijdend, ik kon hem niet verdragen. Ik rechtte mijn rug en zei, krachtiger nu: “Ga je me nog binnenlaten?” Verbaasd deed de man de deur open en ik liep naar binnen.

De stank waaide me tegemoet: het was de geur van de dierentuin, die me naar de keel greep. In de woonkamer stond tafel na tafel met terraria die vol zaten met spinnen, slangen en andere reptielen en geleedpotigen. De moed zakte me in de schoenen. Ik was doodsbang en deinsde achteruit. Tegen de vreemdeling aan die achter me de woonkamer was binnengekomen. Hij pakte me bij mijn schouders, draaide me om, keek me aan en zei verbaasd: “Heb je je angst nu al overwonnen? Dat is snel!”

“Ja,” loog ik, maar ik keek hem niet in zijn grijsblauwe ogen. Jemig, waarom viel me dat nu weer op? Ik ging alleen mijn sieraad ophalen en dat was het. Daarna naar huis en nooit meer terugkeren. “Waar is hij?”

De vreemdeling liet me staan en kwam even later terug met zijn kooitje. Daar zat dat vreselijke zwarte beest met zijn harige poten en zijn grote harige lichaam. Opnieuw zweette ik peentjes van angst. Mijn hand trilde toen ik hem uitstak naar het kooitje. Ik pakte het kooitje aan, keek er naar en zag dat mijn ring er nog lag. Ik moest het nu doen. NU!

Ik zette het kooitje neer, opende het deurtje en stak mijn vrije hand naar binnen.

“STOP!” riep de vreemdeling. Ik schrok en trok snel mijn hand uit het kooitje terug. “Het is goed zo. De ring in het kooitje is nep. Hier is je echte ring.” Hij haalde het kleinood uit zijn broekzak en stak het me toe. Ik nam het aan en keek er naar, het was echt mijn ring. Toen vond ik dat ik mezelf mocht laten kennen en ik viel flauw.

Vijf minuten later kwam ik bij. Om mij heen zaten de vreemdeling, mijn man en het diefje. Ik keek mijn man aan. Hij lachte verontschuldigend naar me: “Je angst voor spinnen was zo groot, dat we besloten hebben om je ervan af te helpen. Deze twee mannen werken bij mij op kantoor. Ze speelden hun rol fantastisch!”

Ik was woest. “Had je dat niet even met mij kunnen overleggen?” bitste ik, irrationeel. De mannen lachten. Mijn ogen schoten vuur, tot ik besefte hoe dom mijn opmerking was. Nu was het mijn beurt om verontschuldigend te glimlachen.

Had ik mijn angst overwonnen? Nee nog lang niet, maar ik was op de goede weg.

Serienavigatie<< De vreemdeling met spinnenkrachtDoorzettingsvermogen >>

Pin It on Pinterest