fbpx
Dit is deel 13 van 17 in de serie Spreekwoorden 18

Als iemand het gelag betaalt, dan betaalt hij de rekening van iets waaraan anderen ook schuld hebben. Diegene betaalt dus alle kosten. Het woordje gelag is een oud woord voor een eet- of drinkpartij in een herberg.

Letterlijk betekent het gelag betalen de rekening betalen van al je gasten. In figuurlijke zin gaat het om het opdraaien voor de kosten van anderen die ook schuldig zijn aan de ‘schade’ die gemaakt is.

Dit spreekwoord is al bekend sinds de Middeleeuwen. Gelag komt van ‘geliggen’ of ‘samenliggen’. In het Hoogduits ging het om het inbrengen van geld om gezamenlijk het gelag te betalen. We zouden dat nu ‘de pot’ noemen. Ik moet zelf ook denken aan het aanliggen, zoals dat in de Romeinse tijd ging: men lag aan tafel om te eten en te drinken. In de herberg heette de kamer waar werd gedronken de gelagkamer.

Het gelag betalen

Soms ging het natuurlijk wel eens verkeerd. Er werd te veel gedronken en dan braken er vechtpartijen uit. Daarbij sneuvelde natuurlijk nog wel eens wat. Vroeger waren er nog geen inboedelverzekeringen, dus de herbergier draaide voor de kosten op. Hij moest het gelag betalen. Want de raddraaiers waren natuurlijk allang de herberg uitgegooid en met de noorderzon vertrokken…

Spreekwoorden zijn de kers op de taart van de Nederlandse taal, de krenten in de pap, zogezegd. Iedere week wil ik een spreekwoord behandelen. Voel je vrij om een spreekwoord aan te dragen als je wil weten waar het vandaan komt. Dan ga ik op onderzoek. Bekijk alle spreekwoorden.

Plaatje: unsplash-logoYutacar

Serienavigatie<< Spreekwoord 12: de hele santenkraamSpreekwoord 14: April >>

Pin It on Pinterest