Vandaag in mijn taalblog vier kleinere stijlfiguren die heel leuk zijn om te gebruiken in je teksten. De alliteratie, antihese, climax en anticlimax.

alliteratie, antithese, climax, anticlimax

Bron: wordle.net

De alliteratie wordt vaak gebruikt in titels

Denk maar aan Suske en Wiske albums. Die titels allitereren bijna altijd:

De bonte bollen
Het enge eiland
De rebelse Reinaert

Zodra de eerste letter(s) van een woord hetzelfde klinken als de letters van het volgende woord, dan hebben we te maken met een alliteratie. Het kan gaan om alleen de eerste letter van het woord, maar ook om de eerste twee of drie letters van een woord. Bij de eerste titel die ik noemde, zie je dat de eerste twee letters hetzelfde klinken: [bô]. Bij de laatste titel gaat het om alleen de [r]. Zoals ik al zei: bijna altijd. Dat geldt voor de tweede titel: ze beginnen allebei met een [e], maar de klank is niet gelijk. Vandaar dat de tweede titel eigenlijk niet allitereert volgens de regels. Een heel goed voorbeeld vind je in tongbrekers:

De knappe kapper kapt knapper dan de knappe kapper kapt
Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindenlaan.

In de eerste zin zien we twee alliteraties: [k] en [kn]. De tweede laat steeds de [l] allitereren. Alliteraties kun je ook vaak in gedichten tegenkomen. Zoals deze eerste zin van een sonnet van Pieter Corneliszoon Hooft:

Gezwinde grijsaard die op wakk’re wieken staag

De antithese geeft een tegenstelling

Dit komt van de twee Griekse woorden anti (tegen) en these (stelling). Twee tegengestelde begrippen worden met elkaar verbonden om elkaar sterker te maken. Verwar deze stijlfiguur niet met de paradox, de schijnbare tegenstelling, die ik volgende week zal behandelen.

Zij steunde haar vriendin door dik en dun
In ziekte en gezondheid bleven zij bij elkaar
Genieten van verdriet

Antitheses kun je ook in literaire werken tegenkomen: in Harry Potter zie je bijvoorbeelde de goede Dumbledore en de slechte Voldemort. In de Bijbel wordt ook gretig gebruik gemaakt van antitheses, vooral in parabelen. Het verhaal van de brede en de smalle weg en het huis dat gebouwd werd op een zandbodem en op een stenen bodem geven ook antitheses. Om dit stukje af te sluiten geef ik jullie een antithese Miguel de Cervantes (die van Don Quichote) om over na te denken:

Een spreuk is een korte uitspraak die op een lange ervaring berust.

Anticlimax en climax zijn eigenlijk weer antithese

Een climax is een opsomming die een oplopend karakter hebben. Dit zinnetje is het begin van een gedicht van Rhijnvis Feith uit de 17e eeuw:

Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen

Dit zinnetje begint met uren en eindigt met jaren. Het wordt steeds langer. De spanning of de kracht loopt steeds meer op. Je kunt bijvoorbeeld ook synoniemen gebruiken die steeds iets zwaarders uitdrukken:

Ze fluisterde, sprak, riep, nee schreeuwde het uit van geluk toen ze de Staatsloterij won.

Een anticlimax is precies het tegenovergestelde: de spanning of kracht van het gezegde neemt af.

In het begin brulde hij het uit, maar na vijf minuten huilde alleen nog maar hij om vervolgens na een kwartiertje zo af en toe nog wat na te snikken.

Mooi voorbeeld van Waldorff en Statler (de oude mannetjes op het balkon van de Muppet Show. Ze gaan van anticlimax naar climax:

Is het je trouwens opgevallen dat in de titel ook een alliteratie te vinden is?

 

geen smoesjes meer, inspiratie vind je overal, teksten openen

Schrijf je in voor de wekelijkse inspiratiemail

Iedere week krijg je een mail met een schrijfopdracht die je inspiratie geeft om een kort verhaal te schrijven. Dit kun je dan publiceren op je blog, of lekker voor jezelf houden. Af en toe zal ik ook informatie sturen over schrijfcursussen en andere tekstgerelateerde zaken.

Je bent succesvol ingeschreven!