fbpx

“Je mag kiezen.” De vrouw tegenover me legt een vinger tegen de onderkant haar knalrode lippen. Ze knippert met haar ogen en een van de zwartgeverfde wimpers van het bovenste ooglid blijft even hangen in de wimpers van het onderste ooglid. Maar dan laten de wimpers elkaar los en is haar oog weer open. De iris is geel en ik zou zweren dat er even een wild vuur in te zien was. Ik schud mijn hoofd om terug te komen in de realiteit. Dat kan natuurlijk niet, vuur in een gele iris. Maar wat was de keuze?

“Wil je dat nog eens herhalen, Luci?” vraag ik aan haar. Luci zucht. “Je mag kiezen: je mag twintig jaar doorbrengen met de man van je dromen, the one that got away, in ruil voor je ziel. Dat betekent dat ik je na die twintig jaar kom halen en naar de hel breng.” Ik wilde net een hap van de Caesar-salade naar mijn mond brengen in het café waar we zitten te lunchen. Mijn vork klettert op mijn bord. “De Hel? Bestaat het echt?” Weer die vlammen in de pupillen. Ik had het dus toch goed gezien.
“Ja, maar ik word altijd zo slecht afgeschilderd. Alsof ik de bron van alle kwaad ben, the root of all evil. Mijn naam betekent lichtbrenger. Hoe kan brengen van licht slecht zijn? Ik krijg echt een raw deal, een very raw deal.”

Luci laat haar hoofd hangen, haar kin past precies in de V-hals van het witte bloesje dat onder haar rode mantelpakje uitkomt. Door de geblondeerde krullen heen zie ik twee bultjes zitten op gelijke afstand van elkaar. Ik adem diep in en ruik de geur van rotte eieren. Ik kijk naar mijn Caesar-salade. De eieren zien er goed uit, daar ligt het niet aan. De geur brengt me terug naar het Griekse eiland Nisyros en de Stefanos Krater waar ik jaren geleden was. Deze krater is het overblijfsel van een vulkaan uit de Ring van Vuur die geëxplodeerd is en waarvan resten van de berg teruggevonden zijn op IJsland, duizenden kilometers verderop. In het onaardse landschap van de krater, met zijn gele grond, doorspekt met kleine gaten waarin bubbelende modder te zien is, hing dezelfde geur van rotte eieren. Rotte eieren… Zwavel! De geur van de vulkaan, het vuur in de pupillen, de gele irissen en de kleine uitstulpingen op Luci’s hoofd. Ze is echt de duivel. Ik zit hier dus te lunchen met de duivel! What the hell!

Ik zit te trillen op mijn stoel. Er hangt een mist in mijn hoofd. En de hemel en de hel bestaan? Oh my G… Hm, dat moet ik dan ook maar niet meer te hard roepen. “Ik dacht dat de duivel een man was?”
Luci richt haar hoofd op en lacht. Een klaterende lach die lijkt op het klingelen van kleine kerstbelletjes. “Denk je echt dat vrouwen zo makkelijk te verleiden zijn? De bijbel heeft het fout hoor. Ik was degene die Adam verleidde om van de appel te eten. Overigens: het was geen appel maar een pruim.” Luci knipoogt. Ondanks mijn schrik, schiet ik in de lach. Ja, vrouwen zijn echt niet zo makkelijk te verleiden. “Was Eva dan ook de eerste mens en niet Adam?” vraag ik, plotseling nieuwsgierig. Luci knipoogt opnieuw, maar nu met het andere oog. “De mens is geschapen naar Gods evenbeeld. Wie creëert het leven?”

Die discussie ging ik maar even niet aan. En zeker niet met mijn huidige tafelgenote. Vrouwen baren het leven, maar schepping is wat mij betreft een gezamenlijke inspanning en ontspanning.

De duivel slaat haar prachtig slanke benen, gestoken in lakzwarte naaldhakken, elegant over elkaar heen en kijkt me intens aan. “Denk je eens in: de eerste jaren vol passie en liefde voor elkaar over doen, maar zonder de ruzies. Samen op de bank voor de tv een filmpje kijken, iemand die aan je vraagt hoe je dag was als je thuiskomt, een schouder om op uit te huilen, een maatje om lief en leed mee te delen. En dan misschien nog een kind, een nazaat die de liefde tussen jou en the one that got away bezegelt. Hoe zou dat voor je zijn? Niet meer bang zijn om alleen te sterven, niet meer alleen leven, een man die voor je zorgt en waar jij voor kunt zorgen. Alles, maar dan ook echt alles, hebben wat je hartje begeert.”

Ik moest toegeven: Luci is een goede verkoopster. Inspelen op de pijn die ik voel, me een ander leven voorspiegelen en dat alles alleen maar ten koste van mijn onsterfelijke ziel. En een einddatum aan mijn leven, maar wel een leven dat aan mijn wensen voldoet. “Alles wat je hartje begeert,” fluisterde de duivel nog eens.

Twintig jaar later…

In mijn eentje ruim ik de vaatwasser uit, zet alles op zijn plek in de kasten en daarna ruim ik de vaatwasser opnieuw in. Ik zet het apparaat aan. Ik hang de was op en stop een nieuwe was in de machine en stel het in zodat de was ’s nachts gedaan wordt. Ik ga op de bank zitten en kruip tegen the one that got away aan. Hij slaat zijn arm om mij heen. Zijn vingers strijken rustig langs mijn kaaklijn.
Ik duw de krant die hij zit te lezen, naar beneden. “Ik moet zo gaan, schat.”
“Oh, waar ga je heen?”
“Naar een warme plek.”
“Doe ze de groetjes van me.”
Ik kus hem lang op de mond. Hij drukt me nog eens zachtjes tegen me aan. “Dag liefje, tot straks,” fluistert hij in mijn oor.
In de hoek van de kamer zie ik Luci staan. Ze is geen spat veranderd: alleen de kleur van haar mantelpakje is nu zwart en haar naaldhakken zijn rood. Ik sta op en loop naar haar toe. Ik kijk nog een laatste keer naar the one that got away voor altijd. Hij is weer in zijn krant gedoken. Ik zucht en voel ik mezelf in elkaar zakken. Luci pakt me op en neemt me mee naar de hel.

Pin It on Pinterest