fbpx

Vorige week schreef ik over het begrip tijd, verteltijd en vertelde tijd. Een belangrijk begrip dat eigenlijk altijd samen met tijd wordt genoemd is het begrip ruimte. De ruimte in een verhaal kan heel letterlijk genomen worden, dus waar speelt het verhaal zich af. Ruimte is ook van invloed op de spanning in het verhaal.

De ruimte kan hints geven over het verloop van het verhaal

Veel jeugdboeken laten de ruimte gelijk lopen met het verloop van het verhaal. Dat wil zeggen, wanneer een hoofdpersoon in een donker bos loopt, dan weet je dat er iets engs of spannends gaat gebeuren. Datzelfde geldt voor een eng krakend huis of een andere omgeving die normaal gesproken doorgaat voor eng.

Soms werkt de ruimte tegenstrijdig. Je verwacht niet dat er op een strand met spelende kinderen iets engs gaat gebeuren, tenzij je de film Jaws kijkt, denk ik. Ik heb die film nog nooit gezien. Dan werkt de ruimte tegen. Ook in een licht bos met lieflijk tsjilpende vogeltjes verwacht je niet dat de wolf ineens het pad van Roodkapje zal kruisen. Als een donderslag bij heldere hemel gebeurt er dan iets spannends. De lezer is volledig verrast: hij had het niet zien aankomen.

Bij ruimte moet je ook denken aan weersomstandigheden

Wat is er spannender dan een thriller lezen terwijl buiten de regen tegen de ramen slaat, het onweer met bliksemschichten de lucht doorklieft en de wind om je huis giert? Niets toch? Als een verhaal deze weersomstandigheden omschrijft, dan kun je op je klompen aanvoelen dat er iets engs te gebeuren staat.

Aan de andere kant kan het weer je ook op het verkeerde been zetten, net als bij de omgeving. Een stralende zomerdag aan datzelfde strand in de tweede alinea met het geluid van meeuwen, spelende kinderen en een lekker warm zonnetje kan je op het verkeerde been zetten: ineens kan een surfer door een haai worden opgegeten of een vreemd wezen uit de golven opduiken.

Bij ruimte moet je dus zowel de omgeving als het weer in ogenschouw nemen. Een voorbeeld:

Het is een vriendelijke dag en de zon staat schuin boven de vlakte. Spoedig zullen de klokken luiden want het is zondag. Tussen een paar akkers met rogge hebben twee kinderen een pad ontdekt dat zij nooit eerder zijn gegaan en in de drie dorpen in de vlakte schitteren de ruiten. Mannen scheren zich voor de spiegels boven het aanrecht en vrouwen snijden neuriënd brood voor het ontbijt en kinderen zitten op de grond en knopen hun borstrokken dicht. Het is de gelukkige morgen van een kwade dag want op deze dag zal een kind in het derde dorp worden gedood door een gelukkig man. Nog zit het kind op de grond en knoopt zijn borstrok dicht en de man die zich scheert zegt dat zij vandaag een eindje de rivier zullen afroeien en de vrouw neuriet en legt het zojuist gesneden brood op een blauw bord.
Er valt geen schaduw over de keuken en toch staat de man die het kind zal doden bij een rode benzinepomp in het eerste dorp. Het is een gelukkige man die in een camera kijkt in de zoeker een kleine blauwe auto ziet en naast de auto een jong lachend meisje. Het meisje gaat in de auto zitten en de man die een kind zal doden haalt zijn portefeuille en zegt dat zij naar zee zullen rijden en daar een boot zullen huren en heel, heel ver de zee op zullen roeien. Door de omlaag gedraaide raampjes hoort het meisje, dat voorin zit, wat hij zegt, zij sluit haar ogen en als zij haar ogen sluit ziet zij de zee en de man naast zich in de boot. Het is geen kwade man, hij is blij en gelukkig en voordat hij in de auto stapt staat hij een ogenblik voor de radiator die blikkert in het zonlicht, en geniet van de glans en van de geur van benzine en vogelkers. Er valt geen schaduw over de auto en de gladde bumper vertoont geen deuken noch ziet hij rood van bloed.

Uit: Een kind doden – Stig Dogerman

Je ziet in dit fragment dat de ruimte tegenwerkt: het is een zonnige dag en toch gaat er iets ergs gebeuren. De man maakt plannen om met zijn dochter naar zee te gaan. Een gewone zondag. En toch, ondanks dat er geen schaduw valt over de dag, tot nog toe, zal deze man toch een kind doden. Dat maakt dit verhaal zo spannend. Natuurlijk zijn er nog andere spannende elementen, maar die vallen buiten het bestek van deze blogpost. Daar zal ik een volgende keer over schrijven.

Serienavigatie<< Verhaaltheorie 3: verteltijd en vertelde tijdVerhaaltheorie 5: thema en motieven >>

Pin It on Pinterest