fbpx

Gisteren was ik bij een bijeenkomst in verband met mijn vrijwillige werk bij de website Zoetermeer Actief. Deze bijeenkomst ging over de elevator pitch. Dat is een praatje dat je houdt voor mensen waar je wat van wil krijgen of van wie je iets nodig hebt.

Het woord komt uit het Amerikaans, het is de tijd die je nodig hebt om met de lift van de begane grond naar de bovenste verdieping te komen waar de directeur van het bedrijf zit. In die tijd, zo’n 20 seconden tot 3 minuten, moet je je verhaal kunnen houden. Jammer dat er geen Nederlands woord voor bestaat. “Liftpraatje” is namelijk voor mij bijna hetzelfde als een mooi-weerpraatje, alleen dan in de lift. Ik zat bij een workshop over hoe je de elevator pitch moet houden, waar je op moet letten en dat soort dingen meer.

Waar moet je op letten bij de elevator pitch?

Bij zo’n pitch moet je drie vragen beantwoorden, drie vragen die van belang zijn voor jezelf en de ander:

  1. Wat is jouw vraag? Dit gaat om wat jij graag wil hebben, bereiken of nodig hebt. Dit moet je helder hebben, anders kun je geen goede pitch starten.
  2. Wat is het doel? Welk doel heb je voor ogen? Ook belangrijk want dat is wat er uiteindelijk moet gebeuren.
  3. Wat kun je voor de ander betekenen? Wat heb jij te bieden aan de ander? Wat heeft de ander nodig? Deze is belangrijk omdat alleen de zon voor niets op gaat.

Deze drie vragen combineer je met het AIDA-model. AIDA staat voor aandacht, interesse, desire en actie.

Ten eerste moet je aandacht trekken, anders loopt je gesprekspartner kans om in slaap te vallen. Stel jezelf voor en zeg waar je van bent, welk bedrijf of dat je je aan het heroriënteren bent op werk, een prachtig eufemisme voor uitkeringstrekker zijn.

Daarna moet je de interesse wekken van de gesprekspartner. Geloof in je eigen boodschap, vertel erover met enthousiasme en probeer daarna je enthousiasme over te brengen naar degene met wie je aan het praten bent.

Als derde moet je inspelen op het verlangen (desire) van je gesprekspartner. Wat heeft hij of zij nodig en wat kun jij daaraan doen. Hier kun je denken aan bijvoorbeeld je eigen netwerk of mensen in je netwerk die iets kunnen doen voor je gesprekspartner.

Het laatste onderdeel van je pitch moet een actie zijn. Anders gebeurt er nog niks. Een actie kan zijn dat je iemands kaartje vraagt en vraagt of je hem of haar volgende week mag bellen. Je moet eigenlijk altijd zorgen dat je de actie in eigen hand houdt. Dat jij de controle hebt, want anders is de gesprekspartner over een maand weer vergeten wie je ook al weer bent, als hij je kaartje terugvindt.

Mijn eigen elevator pitch is nog onder constructie

Maar ik weet wel dat ik er eentje moet gaan maken, omdat ik anders echt nergens kom. Er moet in ieder geval iets in komen te staan over mijn enthousiasme voor taal, schrijven en online publiceren en redigeren. Daarnaast moet er ook iets komen te staan over mijn hobby’s, mijn kennis van html en Nederlands en over mijn manier van werken, over mijn studies en werkervaring en over mijn unieke kenmerken. Ik heb in ieder geval de onderdelen van de inhoud op een rijtje. Nu nog weten waar ik over vijf jaar wil zijn, wat mijn openingszin wordt en waar ik mee afsluit. Gelukkig ga ik donderdagavond naar een cursus zakelijk flirten in Zoetermeer. Ik hoop daar nog wat meer te leren over netwerken en zo. Want netwerken is nog steeds een beetje eng voor een observator als ik met een betere pen dan babbel.

geen smoesjes meer, inspiratie vind je overal, teksten openen

Schrijf je in voor de wekelijkse inspiratiemail

Iedere week krijg je een mail met een schrijfopdracht die je inspiratie geeft om een kort verhaal te schrijven. Dit kun je dan publiceren op je blog, of lekker voor jezelf houden. Af en toe zal ik ook informatie sturen over schrijfcursussen en andere tekstgerelateerde zaken.

Je bent succesvol ingeschreven!