fbpx

Er zijn inmiddels zes delen in mijn serie over verhaaltheorie. Vandaag het zevende en laatste blog in deze serie. Onderaan dit blog zal ik de linkjes naar de vorige delen zetten. Volgende week zal ik starten met argumenteren.

Er zijn verschillende genres waarin de roman kan worden onderverdeeld

De meeste soorten romans, want daar heb ik het over, kun je onderverdelen in drie soorten verhalen of genres. Alle andere benamingen vallen eigenlijk onder deze drie soorten.

  1. de avonturenroman. Hieronder vallen bijvoorbeeld de detective, fantasy, science-fiction, thriller, western, heldenroman, de schelmenroman en de griezelroman;
  2. de ontwikkelingsroman. Hiertoe behoren onder meer de psychologische roman, ontwikkelingsverhalen, de (auto)biografie en de tendensroman;
  3. romans waar tijd en ruimte belangrijk zijn. Dat zijn bijvoorbeeld de utopieën en de dystopieën, de historische roman, reisverhalen en de toekomstroman.

De avonturenroman

In deze romans zijn de actie en spanning het allerbelangrijkst. Je kunt hierbij denken aan boeken als Tijl Uilenspiegel, Robinson Crusoë, Schateiland en de Harry Potter serie. Onderzoek van ontwikkelingspsychologe Charlotte Bühler heeft uitgewezen dat het lezen van dit soort boeken goed is voor kinderen in de leeftijd tussen tien en twaalf jaar. Het bevordert hun leesontwikkeling.

De avonturenroman komt vooral tegemoet aan de wens van de lezer om te ontsnappen aan de werkelijkheid. Het verhaal speelt zich vaak af in een situatie die vreemd is voor de hoofdpersoon. Zo’n situatie schept dan de mogelijkheid om avonturen te beleven.

De ontwikkelingsroman

Hier staat de ontwikkeling van het hoofdpersonage centraal. Dit is eigenlijk het tegenovergestelde van de avonturenroman. In dit soort boeken wordt via psychologische analyse de innerlijke groei van de hoofdpersoon gevolgd tot een evenwicht is bereikt.

Je zou bijvoorbeeld Nooit meer slapen van Hermans een ontwikkelingsroman kunnen noemen. Alfred Issendorf, de hoofdpersoon, moet van alles het nieuwste hebben, maar blijft een bekrompen mannetje. Tot hij het dagboek leest van een van zijn reisgenoten (ja, dus ook een beetje een reisverhaal, maar dat is minder van belang) en ineens begrijpt dat hij stom bezig was. Andere voorbeelden zijn David Copperfield van Charles Dickens en de Anton Wachterromans van Simon Vestdijk.

Vaak zul je in deze romans denkbeelden van bekende psychoanalisten tegenkomen zoals Freud die alles vanuit het onderbewuste verklaarde. Disclaimer: ik ga hier heel kort door de bocht, dat besef ik me wel. Maar ik heb geen psychologie gestudeerd, dus als je aanvullingen hebt, dan hoor ik het graag :).

Romans waarbij tijd en plaats belangrijk zijn

Dat zijn de al genoemde utopie, dystopie, toekomstroman en historische roman. De schrijver richt zich hier op een plaats, tijd of setting die vooral niet nu en hier is. Het woord utopie is afgeleid van het Grieks: ou = geen; topos = plaats. Verder is het woord ou een woordspeling: het lijkt op eu dat goed betekent. Het is dus een beschrijving van een goede plaats. Voorbeelden van een utopie zijn het Bijbelboek Jesaja en de Politeia van Plato. Hierin worden ideale staten beschreven. H.G. Wells schreef in 1895 The timemachine waarin ook een ideale staat voorkomt, die bedreigd wordt overigens. Dit is ook een toekomstroman. Het bekendste boek, waar deze vorm ook zijn naam vandaan heeft, is Utopia van Thomas More. More schreef dit boek in 1516.

Het tegenovergestelde van de utopie is de dystopie.

Een dystopie is een maatschappij zoals je die niet zou willen. De bekendste van onze tijd is The Hunger games. Iets oudere dystopieën zijn Brave new world van Aldous Huxley en 1984 van George Orwell. De meeste ‘utopische’ boeken van na de Tweede Wereldoorlog zijn nogal pessimistisch: dat heeft te maken met de situatie van toen.

De historische roman is een roman die een beetje buiten de boot valt

De historische roman is vaak gebaseerd op historische personages of gebeurtenissen. De historische romanschrijver kan zijn verhaal ook uit zijn duim zuigen baseren op een gevoel dat hij wil oproepen. Dan is het verhaal niet gebaseerd op feiten of historische personages.

Voorbeelden van historische romans, gebaseerd op feiten of bestaande personages zijn:

  • Thea Beckman: De val van de Vredeborch, Hasse Simonsdochter, Geef me de ruimte-trilogie;
  • Thomas Rosenboom: De nieuwe man;
  • Arthur Japin: VaslavDe zwarte met het witte hart;
  • Louis Couperus: Het zwevende schaakbord, Iskander: De roman van Alexander den Groote.

Als je weet wat voor soort roman je leest, dan kun je je instellen op het verloop van het verhaal. Dit helpt je om een verhaal te begrijpen en er grip op te krijgen.

De zes eerdere delen:

Serienavigatie<< Verhaaltheorie 6: fabel en sujet, motto en titel

Pin It on Pinterest