fbpx

Net als tijd en ruimte is ook het begrippenpaar thema en motieven een twee-eenheid in de literatuurtheorie. De motieven in een verhaal leiden naar het thema van een verhaal. Daarom zal ik eerst de motieven behandelen en vervolgens het thema.

De motieven zijn als stof op een weefgetouw

Een motief is een element dat telkens terugkomt, zoals een patroon in een veel te dure Burberry broek. Je weet wel, die prachtige klassieke rood-wit-zwarte ruit op beige ondergrond. Dat ruitje komt steeds terug. Een motief in een verhaal is een verhaalonderdeel dat steeds terugkomt. Het heeft dan ook grote betekenis voor het verhaal.

Een bekend motief is het getal 8 in Het gouden ei van Tim Krabbé. Dit getal komt steeds terug in het boek:

  • Saskia wordt in de 8e maand om 8 uur ontvoerd;
  • Rex sterft 8 jaar na Saskia;
  • 8 is het geluksgetal van Saskia;
  • Als je het getal 8 op zijn kant legt (∞), krijg je het symbool voor eeuwigheid of oneindigheid.

Als je alle motieven uit het boek bij elkaar legt, dan krijg je inzicht in het thema. Vaak moet je dat nog zelf formuleren. Een van de thema’s van Het gouden ei is de dood. De dood is namelijk eeuwig en komt veel voor in het boek: Saskia en Rex sterven allebei en Saskia had een droom waarin zij niet kon sterven tot het gouden ei waarin zij opgesloten zat tegen een ander gouden ei was aangebotst.

Er zijn ook nog universele motieven

Denk bijvoorbeeld aan de vadermoord (Oidipous) of broerdermoord (Kaïn en Abel) of het dubbelgangersmotief zoals in De donkere kamer van Damocles. Universele motieven komen voor in literaire werken van alle tijden. Vaak zijn ze terug te voeren op verschillende mythologieën, de bijbel of volkslegenden. Bijvoorbeeld in Zoeken naar Eileen W. van Leon de Winter. Daarin komt een zoektocht voor. Doet je vast ergens aan denken? Er is een heel belangrijke zoektocht in de Arturromans: de zoektocht naar de heilige graal. Zoektochten met onbereikbare doelen kunnen vaak op dit oerverhaal worden teruggeleid.

Thema’s kun je herleiden uit de motieven

Thema’s zijn vaak de grote woorden in het leven: liefde, oorlog, haat, heldendom, ruzie, vriendschap. Een thema is de grote lijn die naar voren komt in een boek. Het is de visie of een gezichtspunt van de auteur. Een thema had vroeger een boodschap, werd zelfs expliciet genoemd. In de moderne boeken zal de lezer actief moeten interpreteren om het werk te begrijpen.

Om te begrijpen waarom je thema en motieven nodig hebt om het boek te begrijpen, is het handig om te weten dat een roman uit twee lagen is opgebouwd: de verhaallaag en de betekenislaag.

De verhaallaag is de eerste laag. De laag die je leest als je het boek leest. Pas als je gaat nadenken over het boek, kom je terecht in de betekenislaag. Deze tweede laag geeft een extra dimensie aan je verhaal. Hier spelen thema en motieven en tijd en ruimte een grote rol. Ook spanning is in beide lagen te vinden. Daarover zal ik volgende week dinsdag schrijven.

Vanaf 11 december houd ik een themaweek over het Groot Dictee der Nederlandse taal op mijn blog. De week voorafgaand bespreek ik verschillende taalzaken uit het Groot Dictee, de dag erna zal ik een terugblik geven op het Dictee van 2013. Als er dingen zijn die je besproken wil hebben, dan hoor ik dat graag in de reacties of via Twitter of Facebook.

Serienavigatie<< Verhaaltheorie 4: ruimteVerhaaltheorie 6: fabel en sujet, motto en titel >>

Pin It on Pinterest